DE 10 STAMMEN EN DE GEMEENTE.
Bijlage (*4)

Tollenaren zijn een beeld van de 10 stammen. Hoeren en tollenaren worden in Israël beschouwd als zondaren, maar het blijkt dat zowel hoeren als tollenaren eigenlijk een beeld zijn van de 10 stammen van Israël, die ontrouw zijn. Want de hoer is ontrouw aan de man en loopt bij hem weg. Hoererij is in de Schrift gewoon ontrouw. De tollenaren beelden hetzelfde uit, maar dan mannelijk. Tollenaren zijn wel Joden, maar ze dienen de vijand. Ze maken deel uit van het Romeinse, wereldlijke systeem. Zij verzamelen belasting voor de keizer. Ze dienen dus andere volkeren. Dat is ook een beeld van de 10 stammen. Het is eigenlijk Israël, maar het maakt deel uit van het heidens systeem. Zacheüs, de tollenaar, werd geplukt uit een wilde vijgenboom. De tamme vijgenboom is een beeld van het Joodse volk en de wilde van dat deel van Israël dat geen vrucht draagt. De 10 stammen dus. Zacheüs wordt dan ook meteen afgevoerd. De Heer gaat met hem een huis binnen en laat de hele menigte buiten achter. Dat is altijd een beeld van onze bedeling. Een verborgen Koninkrijk, buiten de geopenbaarde dingen. We kennen nog wel een paar hoeren en tollenaren uit de Bijbel. Daarbij krijg je altijd precies hetzelfde verhaal. Dat blijkt altijd te kloppen. De gelijkenis van de verloren zoon heeft ook dezelfde betekenis, want de zoon die nooit weg was, wordt daar letterlijk vergeleken met de Farizeeën en Schriftgeleerden, het jodendom dus. En de zoon die weg was, wordt vergeleken met de hoeren en tollenaren. Er zit natuurlijk nog een veel diepere toepassing achter. Het gaat niet over Schriftgeleerden en Farizeën, maar over de 2 stammen als zodanig. Ze waren nooit weggeweest, nooit zoekgeraakt, maar de 10 stammen wel. Zij komen op één of andere vreemde wijze, want er wordt niet bij verteld hoe, tot inkeer, tot kennis van zichzelf. Ze weten ineens weer wie ze zijn en welke verantwoordelijkheid ze dragen en keren dan terug tot de Heer. Tot de Vader namelijk. Niet als zoon, maar als dienstknecht. Maar de Vader stelt hem toch aan als zoon, waarna de ander dus jaloers wordt..(*4) Tollenaren zijn een beeld van de 10 stammen. Hoeren en tollenaren worden in Israël beschouwd als zondaren, maar het blijkt dat zowel hoeren als tollenaren eigenlijk een beeld zijn van de 10 stammen van Israël, die ontrouw zijn. Want de hoer is ontrouw aan de man en loopt bij hem weg. Hoererij is in de Schrift gewoon ontrouw. De tollenaren beelden hetzelfde uit, maar dan mannelijk. Tollenaren zijn wel Joden, maar ze dienen de vijand. Ze maken deel uit van het Romeinse, wereldlijke systeem. Zij verzamelen belasting voor de keizer. Ze dienen dus andere volkeren. Dat is ook een beeld van de 10 stammen. Het is eigenlijk Israël, maar het maakt deel uit van het heidens systeem. Zacheüs, de tollenaar, werd geplukt uit een wilde vijgenboom. De tamme vijgenboom is een beeld van het Joodse volk en de wilde van dat deel van Israël dat geen vrucht draagt. De 10 stammen dus. Zacheüs wordt dan ook meteen afgevoerd. De Heer gaat met hem een huis binnen en laat de hele menigte buiten achter. Dat is altijd een beeld van onze bedeling. Een verborgen Koninkrijk, buiten de geopenbaarde dingen. We kennen nog wel een paar hoeren en tollenaren uit de Bijbel. Daarbij krijg je altijd precies hetzelfde verhaal. Dat blijkt altijd te kloppen. De gelijkenis van de verloren zoon heeft ook dezelfde betekenis, want de zoon die nooit weg was, wordt daar letterlijk vergeleken met de Farizeeën en Schriftgeleerden, het jodendom dus. En de zoon die weg was, wordt vergeleken met de hoeren en tollenaren. Er zit natuurlijk nog een veel diepere toepassing achter. Het gaat niet over Schriftgeleerden en Farizeën, maar over de 2 stammen als zodanig. Ze waren nooit weggeweest, nooit zoekgeraakt, maar de 10 stammen wel. Zij komen op één of andere vreemde wijze, want er wordt niet bij verteld hoe, tot inkeer, tot kennis van zichzelf. Ze weten ineens weer wie ze zijn en welke verantwoordelijkheid ze dragen en keren dan terug tot de Heer. Tot de Vader namelijk. Niet als zoon, maar als dienstknecht. Maar de Vader stelt hem toch aan als zoon, waarna de ander dus jaloers wordt.