DE 10 STAMMEN EN DE GEMEENTE_bijlage (*1)

Een bepaalde term is niet altijd maar op één ding van toepassing. We leren bijvoorbeeld altijd dat de titel Christus slaat op Degene, Die opgestaan is uit de doden en zit ter rechterhand Gods, maar de Bijbel spreekt niettemin over de kruisiging van Christus. Wij zijn dan geneigd te zeggen dat het Jezus moet zijn, omdat Die gekruisigd werd. Dat is ook zo. Maar het staat er zo, om verband te leggen met het feit dat Jezus weliswaar gekruisigd werd, maar daardoor de Christus is geworden en zo is er dus toch sprake van het kruis van Christus. Want Hij is alleen via het kruis geworden tot Christus. Verder wordt er gesproken over Jezus, Die ter rechterhand Gods zit. Terwijl wij weer zeggen, dat Jezus toch moet zitten op de troon van David in Jeruzalem en dat Christus ter rechterhand Gods behoort te zitten. Dat zou dan de juiste terminologie zijn. Maar Jezus, de zoon van David, werd door God uit de mensen genomen en gesteld bij God om de zaken te doen, die daar te doen zijn.