De Leer der Restitutie – Bijlage 2

Het woord “thehoom” = afgrond of diepte, komt 35 maal  voor in het Oude Testament.

” De aarde nu was woest en ledig, en duisternis was op den afgrond; en de Geest Gods zweefde op de wateren.” Genesis 1 : 2

” In het zeshonderdste jaar des levens van Noach, in de tweede maand, op de zeventiende dag der maand, op dezen zelfden dag zijn alle fonteinen des groten afgronds opengebroken, en de sluizen des hemels geopend.” Genesis 7 : 11

” Ook werden de fonteinen des afgronds, en de sluizen des hemels gesloten, en de plasregen van den hemel werd opgehouden.” Genesis 8 : 2

” Van uws vaders God, Die u zal helpen, en van den Almachtige, Die u zal zegenen, met zegeningen des hemels van boven, met zegeningen des afgronds, die daaronder ligt, met zegeningen der borsten en der baarmoeder!” Genesis 49 : 25

” De afgronden hebben hen bedekt; zij zijn in de diepten gezonken als een steen.” Exodus 15 : 5

” En door het geblaas van Uw neus zijn de wateren opgehoopt geworden; de stromen hebben overeind gestaan, als een hoop; de afgronden zijn stof geworden in het hart der zee.” Exodus 15 : 8

” Want de HEERE, uw God, brengt u in een goed land, een land van waterbeken, fonteinen en diepten, die in dalen en in bergen uitvlieten;” Deuteronomium 8 : 7

” En van Jozef zeide hij: Zijn land zij gezegend van den HEERE, van het uitnemendste des hemels, van den dauw, en van de diepte, die beneden is liggende;” Deuteronomium 33 : 13

” De afgrond zegt: Zij is in mij niet; en de zee zegt: Zij is niet bij mij.” Job 28 : 14

” Zijt gij gekomen tot aan de oorsprongen der zee, en hebt gij in het onderste des afgronds gewandeld?” Job 38 : 16

” Als met een steen verbergen zich de wateren, en het vlakke des afgrond wordt omvat.” Job 38 : 30

” Achter zich verlicht hij het pad; men zou den afgrond voor grijzigheid houden.” Job 41 : 32

” Hij vergadert de wateren der zee als op een hoop; Hij stelt den afgronden schatkameren.” Psalm 33 : 7

” Uw gerechtigheid is als de bergen Gods; Uw oordelen zijn een grote afgrond; HEERE! Gij behoudt mensen en beesten.” Psalm 36 : 6

” De afgrond roept tot den afgrond, bij het gedruis Uwer watergoten; al Uw baren en Uw golven zijn over mij heengegaan.” Psalm 42 : 7

” Gij, Die mij veel benauwdheden en kwaden hebt doen zien, zult mij weder levend maken, en zult mij weder ophalen uit de afgronden der aarde.” Psalm 71 : 20

” De wateren zagen U, o God! de wateren zagen U, zij beefden; ook waren de afgronden beroerd.” Psalm 77 : 16

” Hij kliefde de rotsstenen in de woestijn, en drenkte hen overvloedig, als uit afgronden.” Psalm 78 : 15

” Gij hadt ze met den afgrond als een kleed overdekt; de wateren stonden boven de bergen.” Psalm 104 : 6

” En Hij schold de Schelfzee, zodat zij verdroogde, en Hij deed hen wandelen door de afgronden, als door een woestijn.” Psalm 106 : 9

” Zij rijzen op naar den hemel; zij dalen neder tot in de afgronden; hun ziel versmelt van angst.” Psalm 107 : 26

” Al wat den HEERE behaagt, doet Hij, in de hemelen, en op de aarde, in de zeeën en alle afgronden.” Psalm 135 : 6

” Looft den HEERE, van de aarde; gij walvissen en alle afgronden!” Psalm 148 : 7

” Door Zijn wetenschap zijn de afgronden gekloofd, en de wolken druipen dauw.” Spreuken 3 : 20

“Ik was geboren, als de afgronden nog niet waren, als nog geen fonteinen waren, zwaar van water;” Spreuken 8 : 24

” Toen Hij de hemelen bereidde, was Ik daar; toen Hij een cirkel over het vlakke des afgronds beschreef;” Spreuken 8 : 27

” Toen Hij de opperwolken van boven vestigde; toen Hij de fonteinen des afgronds vastmaakte;” Spreuken 8 : 28

” Zijt Gij het niet, Die de zee, de wateren des groten afgronds, droog gemaakt hebt? Die de diepten der zee gemaakt hebt tot een weg, opdat de verlosten daardoor gingen?” Jesaja 51 : 10

” Die hen leidde door de afgronden; als een paard in de woestijn, struikelden zij niet.” Jesaja 63 : 13

” Want alzo zegt de Heere HEERE: Als Ik u zal stellen tot een verwoeste stad, gelijk de steden, die niet bewoond worden; als Ik een afgrond over u zal doen opkomen, en de grote wateren u zullen overdekken,” Ezechiël 26 : 19

” De wateren maakten hem groot, de afgrond maakte hem hoog; die ging met zijn stromen rondom zijn planting, en zond zijn waterleidingen uit tot alle bomen des velds.” Ezechiël 31 : 4

” Zo zegt de Heere HEERE: Ten dage, als hij ter helle nederdaalde, maakte Ik een treuren; Ik bedekte om zijnentwil den afgrond, en weerde de stromen van dien, en de grote wateren werden geschut; en Ik maakte den Libanon om zijnentwil zwart, en al het geboomte des velds was om zijnentwil bewonden.” Ezechiël 31 : 15

“Wijders deed mij de Heere HEERE aldus zien; en ziet, de Heere HEERE riep uit, dat Hij wilde twisten met vuur; en het verteerde een groten afgrond, ook verteerde het een stuk lands.” Amos 7 : 4

” De wateren hadden mij omgeven tot de ziel toe, de afgrond omving mij; het wier was aan mijn hoofd gebonden.” Jona 2 : 5

” De bergen zagen U, en leden smart; de waterstroom ging door, de afgrond gaf zijn stem, hij hief zijn zijden op in de hoogte.” Hábakuk 3 : 10