De twee beesten uit Openbaring 13

1 En ik zag uit de zee een beest opkomen, hebbende zeven hoofden en tien hoornen […].

11 En ik zag een ander beest uit de aarde opkomen, en het had twee hoornen […]. Openbaring 13 : 1, 11

De twee beesten uit Openbaring 13. In Openbaring 13 is sprake van “het beest uit de zee” en “het beest uit de aarde”. Dit zijn twee verschillende figuren die naast elkaar in de toekomst een rol zullen spelen. Het eerste beest is een mens in biologische zin. Deze man zal het antichristelijke rijk oprichten en naar zich toe trekken. Daarin zal hij gesteund worden door het tweede beest. Hij ziet er uit als een mens; hij is de op aarde geworpen duivel in menselijke gedaante. Hij wordt “antichrist” en “valse profeet” genoemd. Hij is de eigenlijke machthebber en de grote wereldleraar die een filosofie predikt die gepaard gaat met tekenen en wonderen.

Vervolgens ontvangt het grootste deel van de dan levende mensheid zijn teken, namelijk het getal 666. Aan de ene kant wordt het antichristelijke rijk gebouwd met Babel als hoofdstad. Aan de andere kant wordt er een gelovig overblijfsel verzameld onder de echte Christus, Die Zijn Koninkrijk op aarde zal openbaren. Die twee rijken staan lijnrecht tegenover elkaar en moeten het samen uitvechten. Wij weten al wie er gaat winnen, want de twee beesten worden “levend geworpen in den poel des vuurs” (Openbaring 19 : 20) en God zal zijn alles en in allen.


  1.  Inleiding.
  2. Het eerste beest. Verschillende beesten met zeven hoofden en tien hoornen. De opeenvolgende wereldrijken. De mond. Verandering van tijden en wetten.
  3. Het tweede beest. Wonderen en tekenen. Het beeld. Het merkteken van de antichrist. De getallen 6 en 666.
  4. Schema “eindtijd”

1 Inleiding

In Openbaring 12 staat beschreven hoe satan uit zijn heersende en verhoogde positie op aarde geworpen wordt.  Dat gebeurt op het moment van de opname van de Gemeente. De plaatsen worden als het ware verwisseld: satan verdwijnt uit de hemel van de troon naar de aarde, terwijl de Gemeente van de aarde naar de hemel op de troon gepromoveerd wordt. Omdat satan zijn koninkrijk niet meer verder kan runnen vanuit de hemel, moet hij dat vanaf de aarde doen. Satan is erop uit om de mensheid te verenigen onder zijn heerschappij. Zo zal satan zijn wereldrijk stichten buiten God en Christus om. Dit wordt uiteengezet in Openbaring 13.

Nadat satan op de aarde geworpen is, verschijnt hij daar als de figuur die in de Johannes- brieven “de antichrist” genoemd wordt. Deze antichrist is dus satan, maar dan gebonden aan een aards en stoffelijk lichaam.  In Openbaring 13 wordt gesproken over “het beest uit de zee” en “het beest uit de aarde”. Het zijn twee verschillende figuren, die naast elkaar in dezelfde tijd zullen leven en het op een akkoordje zullen gooien. Één van deze twee beesten is de hierboven genoemde antichrist. Naar Bijbelse maatstaven stamt de antichrist niet van een mens, dus niet van Adam, af. Hij ziet er wel uit als een mens, maar hij is de duivel in menselijke gedaante. Het andere beest zal iemand zijn die wél een gewoon mens is. Deze man zal heerser worden van het wereldrijk dat in de toekomst gesticht zal worden. Hij zal daarin gesteund worden door de antichrist, die een nieuwe filosofie of leer predikt.

Er zijn dus twee figuren. Dat zal in de volgende uiteenzetting duidelijk worden, wanneer we Openbaring 13 vers voor vers bespreken.

18 En ik stond op het zand der zee.

1 En ik zag uit de zee een beest opkomen, hebbende zeven hoofden en tien hoornen; en op zijn hoornen waren tien koninklijke hoeden, en op zijn hoofden was een naam van gods lastering.
2  En het beest dat ik zag, was een pardel gelijk, en zijn voeten als eens beers voeten, en zijn mond als de mond eens leeuws; en de draak gaf hem zijn kracht, en zijn troon, en grote macht.
3 En ik zag een van zijn hoofden als tot den dood gewond, en zijn dodelijke wonde werd genezen; en de gehele aarde verwonderde zich achter het beest.
4 En zij aanbaden den draak, die het beest macht gegeven had; en zij aanbaden het beest, zeggende: Wie is dit beest gelijk? wie kan krijg voeren tegen hetzelve?
5 En hetzelve werd een mond gegeven, om grote dingen en gods lasteringen te spreken; en hetzelve werd macht gegeven, om zulks te doen, twee en veertig maanden.
6 En het opende zijn mond tot lastering tegen God, om Zijn Naam te lasteren, en Zijn tabernakel, en die in den hemel wonen.
7 En hetzelve werd macht gegeven, om den heiligen krijg aan te doen, en om die te overwinnen; en hetzelve werd macht gegeven over alle geslacht, en taal, en volk.
8 En allen, die op de aarde wonen, zullen hetzelve aanbidden, welker namen niet zijn geschreven in het boek des levens, des Lams, Dat geslacht is, van de grondlegging der wereld.
9 Indien iemand oren heeft, die hore.
10 Indien iemand in de gevangenis leidt, die gaat zelf in de gevangenis; indien iemand met het zwaard zal doden, die moet zelf met het zwaard gedood worden. Hier is de lijdzaamheid en het geloof der heiligen.
11 En ik zag een ander beest uit de aarde opkomen, en het had twee hoornen, des Lams hoornen gelijk, en het sprak als de draak.
12 En het oefent al de macht van het eerste beest, in tegenwoordigheid van hetzelve, en het maakt, dat de aarde, en die daarin wonen het eerste beest aanbidden, wiens dodelijke wonde genezen was.
13 En het doet grote tekenen, zodat het ook vuur uit den hemel doet afkomen op de aarde, voor de mensen.
14 En verleidt degenen, die op de aarde wonen, door de tekenen, die aan hetzelve toe doen gegeven zijn in de tegenwoordigheid van het beest; zeggende tot degenen, die op de aarde wonen, dat zij het beest, dat de wond des zwaards had, en weder leefde, een beeld zouden maken.
15 En hetzelve werd macht gegeven om het beeld van het beest een geest te geven, opdat het beeld van het beest ook zou spreken, en maken, dat allen, die het beeld van het beest niet zouden aanbidden, gedood zouden worden.
16 En het maakt, dat het aan allen, kleinen en groten, en rijken en armen, en vrijen en dienstknechten, een merkteken geve aan hun rechterhand of aan hun voorhoofden;
17 En dat niemand mag kopen of verkopen, dan die dat merkteken heeft, of den naam van het beest, of het getal zijns naams.
18 Hier is de wijsheid: die het verstand heeft, rekene het getal van het beest; want het is een getal eens mensen, en zijn getal is zeshonderd zes en zestig. Openbaring 12 : 18 – 13 : 18 *

2. Het eerste beest

En ik stond op het zand der zee. Openbaring 12 : 18

Het “zand der zee” staat voor een menigte van volkeren. (zie bijvoorbeeld Genesis 32 : 12) Het gaat om een aardse zaak.

En ik zag uit de zee een beest opkomen, hebbende zeven hoofden en tien hoornen; en op zijn hoornen waren tien koninklijke hoeden, en op zijn hoofden was een naam van (gods) lastering. Openbaring 13 : 1

Er komt een beest met zeven hoofden op uit de zee, uit de volkeren. In Openbaring 12 : 3-9 lazen we al over een draak met zeven hoofden, die uit de hemel geworpen werd.

Verschillende beesten met zeven hoofden en tien hoornen

3 En er werd een ander teken gezien in den hemel; en ziet, er was een grote rode draak, hebbende zeven hoofden, en tien hoornen, en op zijn hoofden zeven koninklijke hoeden.
4 En zijn staart trok het derde deel der sterren des hemels, en wierp die op de aarde. En de draak stond voor de vrouw, die baren zou, opdat hij haar kind zou verslinden, wanneer zij het zou gebaard hebben.
5 En zij baarde een mannelijken zoon, die al de heidenen zou hoeden met een ijzeren roede; en haar kind werd weggerukt tot God en Zijn troon.
6 En de vrouw vluchtte in de woestijn, alwaar zij een plaats had, haar van God bereid, opdat zij haar aldaar zouden voeden duizend tweehonderd zestig dagen.
7  En er werd krijg in den hemel; Michael en zijn engelen krijgden tegen den draak, en de draak krijgde ook en zijn engelen.
8 En zij hebben niet vermocht, en hun plaats is niet meer gevonden in den hemel.
9 En de grote draak is geworpen, namelijk de oude slang, welke genaamd wordt duivel en satanas, die de gehele wereld verleidt, hij is, zeg ik, geworpen op de aarde; en zijn engelen zijn met hem geworpen. Openbaring 12 : 3-9

In de praktijk is er weinig verschil tussen het beest met de zeven hoofden uit Openbaring 13 en de draak met de zeven hoofden uit Openbaring 12. In Openbaring 12 is het de duivel, het duivelse rijk dat uit de hemel op aarde komt. Hier in Openbaring 13 gaat het om een wereldrijk dat opkomt van tussen de volkeren, dat letterlijk opduikt uit de volkerenzee.

Het beest uit de zee heeft zeven hoofden en tien hoornen met tien koninklijke hoeden, terwijl er in Openbaring 12 gesproken wordt over zeven hoofden en tien hoornen, maar slechts over zeven koninklijke hoeden. Dat maakt in de praktijk niets uit, het blijft hetzelfde plaatje. De zeven hoofden en de zeven koninklijke hoeden zijn een uitbeelding van de achtereenvolgende wereldrijken. De tien hoornen zijn een uitbeelding van het laatste wereldrijk dat gevormd wordt door tien staten, die zich aaneengesloten hebben tot één geheel. Wij noemen dat de “tien-statenbond” die overeenkomt met de tien tenen van het beeld uit de droom van Nebukadnezar. (Daniël 2 : 31-45)

Dan staat er verder: “Op zijn hoofden was een naam van (gods)lastering”. (Openbaring 13 : 1) Die naam van lastering is de naam van Babel. Dat weten wij uit Openbaring 17.

3 En hij bracht mij weg in een woestijn, in den geest, en ik zag een vrouw, zittende op een scharlaken rood beest, dat vol was van namen der gods lastering, en had zeven hoofden en tien hoornen.
4 En de vrouw was bekleed met purper en scharlaken, en versierd met goud, en kostelijk gesteente, en paarlen, en had in hare hand een gouden drinkbeker, vol van gruwelen, en van onreinigheid harer hoererij.
5 En op haar voorhoofd was een naam geschreven, namelijk Verborgenheid; het grote Babylon, de moeder der hoererijen en der gruwelen der aarde. Openbaring 17 : 3-5

Hier vinden we weer zo’n beest met zeven hoofden en tien hoornen. Alleen wordt het beest hier bestuurd door een vrouw die erop zit. Op het hoofd van die vrouw staat een naam, namelijk “Verborgenheid, het grote Babylon, de moeder der hoererijen en der gruwelen der aarde”. Hoererij is afgoderij en zeer zeker godslasterlijk. Het gaat hier om een satanisch rijk, omdat het een rijk is in opstand tegen God. Dat is altijd al zo geweest. Satan is de god van deze eeuw (2 Korinthe 4 : 4), de overste van deze wereld (Johannes 12 : 31), de overste van de macht der lucht (Éfeze 2 : 2), de leugenaar en de vader derzelve leugen. (Johannes 8 : 44)

De opeenvolgende wereldrijken

En het beest dat ik zag, was een pardel gelijk, en zijn voeten als eens beers voeten, en zijn mond als de mond eens leeuws […]. Openbaring 13 : 2a

In dit vers wordt het beest dat uit de zee komt beschreven: het was “een pardel gelijk”. Een pardel is een luipaard, een loerder. Er staat niet dat het op een luipaard leek, maar dat het een luipaard gelijk was. Verder had het iets van een beer, namelijk de voeten en iets van een leeuw, namelijk de mond. Het beest was dus een luipaard met iets van een beer en een leeuw. Dit plaatje herkennen we uit Daniël 7. Daar ziet Daniël vier grote dieren opklimmen uit het water van de zee.

2  […] Ik zag in mijn gezicht bij nacht, en ziet, de vier winden des hemels braken voort op de grote zee.
3  En er klommen vier grote dieren op uit de zee, het ene van het andere verscheiden.
4 Het eerste was als een leeuw, en het had arendsvleugelen; ik zag toe, totdat zijn vleugelen uitgeplukt waren, en het werd van de aarde opgeheven, en op de voeten gesteld, als een mens, en aan hetzelve werd eens mensen hart gegeven.
5 Daarna, ziet, het andere dier, het tweede, was gelijk een beer, en stelde zich aan de ene zijde, en het had drie ribben in zijn muil tussen zijn tanden; en men zeide aldus tot hetzelve: Sta op, eet veel vlees.
6 Daarna zag ik, en ziet, er was een ander dier, gelijk een luipaard, en het had vier vleugels eens vogels op zijn rug; ook had hetzelve dier vier hoofden, en aan hetzelve werd de heerschappij gegeven.
7 Daarna zag ik in de nachtgezichten, en ziet, het vierde dier was schrikkelijk en gruwelijk, en zeer sterk; en het had grote ijzeren tanden, het at, en verbrijzelde, en vertrad het overige met zijn voeten; en het was verscheiden van al de dieren, die voor hetzelve geweest waren; en het had tien hoornen. Daniël 7 : 2-7

“De grote zee” uit Daniël 7 : 2 is dezelfde zee als in Openbaring 13 : 1, dus de volkerenzee. Alleen komt er in Openbaring 13 één beest uit de zee, terwijl er in Daniël 7 vier verschillende dieren uit komen. Het eerste dier is een leeuw, het tweede een beer, het derde een luipaard en het vierde een gruwelijk en verschrikkelijk dier. Het luipaard uit vers 6 komt overeen met de pardel uit Openbaring 13 : 2.

De genoemde dieren staan voor achtereenvolgende wereldrijken. De leeuw uit Daniël 7 was het Babylonische Rijk, de beer was het Medo-Perzische Rijk en de luipaard is een beeld van het Grieks-Macedonische Rijk van Alexander de Grote. Als het wereldrijk uit Openbaring 13 : 2 op één van de rijken uit de geschiedenis lijkt, waar lijkt het dan het meest op? Op een pardel, een luipaard. Dat is dus het Griekse Rijk van Alexander de Grote. Het Griekse Rijk werd gekenmerkt door de snelheid waarmee het ontstond. Fundamenteel was het bedoeld als herstel van het oude Babylonische Rijk van Nebukadnezar. Dit rijk in het Midden-Oosten had letterlijk Babel als hoofdstad. Alexander de Grote was destijds net tot Babel gekomen, maar toen overleed hij en viel zijn rijk uiteen. In de toekomst zal er weer zo’n rijk in het Midden-Oosten ontstaan. Een rijk naar het voorbeeld van Alexander de Grote. Babel zal de hoofdstad van dat toekomstige rijk zijn (zie schema 1 “De opeenvolgende wereldrijken”, pagina 17). Het gaat dus om de stad waarvan Nebukadnezar zegt:

30 […] Is dit niet het grote Babel, dat ik gebouwd heb tot een huis des koninkrijks, door de sterkte mijner macht, en ter ere mijner heerlijkheid! Daniël 4 : 30

In Daniël 4 volgen er na deze woorden van Nebukadnezar profetieën dat de stad verwoest, namelijk het Babylonische Rijk afgebroken zal worden. Na “zeven tijden” zou Babel weer hersteld worden. (Daniël 4 : 32) Dat is tot op heden nog niet gebeurd en moet dus nog gebeuren in de toekomst. Niet overdrachtelijk, maar letterlijk.

In het beeld uit Nebukadnezars droom zijn dezelfde achtereenvolgende wereldrijken terug te vinden als die in Daniël 7 beschreven worden:

31 Gij, o koning! zaagt, en ziet, er was een groot beeld (dit beeld was treffelijk, en deszelfs glans was uitnemend), staande tegen u over; en zijn gedaante was schrikkelijk.
32 Het hoofd van dit beeld was van goed goud; zijn borst en zijn armen van zilver; zijn buik en zijn dijen van koper;
33 Zijn schenkelen van ijzer; zijn voeten eensdeels van ijzer, en eensdeels van leem.

35 Toen werden te zamen vermaald het ijzer, leem, koper, zilver en goud, en zij werden gelijk kaf van de dorsvloeren des zomers, en de wind nam ze weg, en er werd geen plaats voor dezelve gevonden; maar de steen, die het beeld geslagen heeft, werd tot een groten berg, alzo dat hij de gehele aarde vervulde.

38 U gij [koning Nebukadnezar] zijt dat gouden hoofd.
39 En na u zal een ander koninkrijk opstaan, lager dan het uwe; daarna een ander, het derde koninkrijk van koper, hetwelk heersen zal over de gehele aarde.
40 En het vierde koninkrijk zal hard zijn, gelijk ijzer; aangezien het ijzer alles vermaalt en verzwakt; gelijk nu het ijzer, dat zulks alles verbreekt, alzo zal het vermalen en verbreken. Daniël 2 : 31-33, 35, 38-40

Daniël zegt over het hoofd van dat beeld tot koning Nebukadnezar: “Gij zijt dat gouden hoofd”. Het gouden hoofd representeert het rijk van Babel. Maar als het hoofd “Babel” heet, hoe heten dan de tenen? Ook Babel. Al die rijken heten Babel. Misschien niet altijd letterlijk, maar al deze rijken hebben de geest van Babel.

En de vrouw, die gij gezien hebt, is de grote stad, die het koninkrijk heeft over de koningen der aarde. Openbaring 17 : 18

Het gaat hier over de hoofdstad van het laatste antichristelijke rijk dat wereldomvattend zal zijn. Het gaat om het rijk in Azië, het herstelde rijk van Alexander de Grote. Dat is de gehele Arabische wereld. Alle islamitische en Arabische landen in het Midden-Oosten zullen onderdeel zijn van dat rijk. Dit is terug te vinden op de volgende twee kaarten. Op de eerste kaart is het Griekse Rijk in de tijd van Alexander de Grote te zien. De tweede kaart toont de Arabische landen in het Midden-Oosten. Het is opvallend dat de gebieden op de twee kaarten in hoge mate met elkaar overeenkomen.

Kaart 1: Het Griekse Rijk in de tijd van Alexander de Grote
Kaart 2: Het Midden-Oosten vandaag (2018)

De bedoeling van het rijk is dat er één godsdienst en daardoor één cultuur en één taal ontstaat. Dat was al het ideaal van het toenmalige Griekse Rijk en in de toekomst zal men weer precies hetzelfde ideaal nastreven. Het zal overigens niet eenvoudig zijn zo’n wereldrijk te realiseren. In 1958 heeft Gamal Abdel Nasser  geprobeerd de Verenigde Arabische Republiek te stichten, maar daar is uiteindelijk niets van terecht gekomen. Het heeft alleen maar grotere verdeeldheid gebracht. Bovendien is het immers bekend hoe het ging met Babel, waar men oorspronkelijk één taal, één cultuur en één volk had. Alles viel toen uit elkaar. Dat wordt geïllustreerd door de torenbouw van Babel in Genesis 11. Het menselijke streven naar eenheid en macht werd tenietgedaan door het goddelijke oordeel van de spraakverwarring en de daaruit voortvloeiende verstrooiing van de mensheid over de gehele aarde.

In de toekomst zal er echter iemand komen die in staat is de Arabische wereld te wijzen op wat hen bindt. Dan zal de Arabische wereld een wereldrijk worden. Bovendien is men al jaren geleden met de herbouw van Babel begonnen. Officieel bestaat de stad Babel weer, alleen nog niet met koninklijke waardigheid.

U en de draak gaf hem zijn kracht, en zijn troon, en grote macht. Openbaring 13 : 2b

De draak gaf het beest uit de zee zijn kracht, troon en grote macht. Let wel: hier worden de twee beesten al naast elkaar genoemd. Het ene beest (uit de zee) is het antichristelijke wereldrijk als zodanig met een man aan het hoofd, een koning. Hij zal op aarde het laatste wereldrijk oprichten en datgene doen wat Alexander de Grote in het verleden al had willen doen. Daarvoor moet hij wel meer meebrengen dan alleen wapens. Hij moet een goede filosofie hebben, een leer, een religie, die iedereen aanspreekt. Daarin zal het tweede beest (het beest uit de aarde) voorzien. Dat is de draak, de antichrist oftewel satan zelf. Hij zal aan het eerste beest (het beest uit de zee) zijn kracht geven.

Kortom: het beest uit de zee had zeven hoofden. Zij zijn zoals besproken een beeld van de zeven wereldrijken:

  1. Het Egyptische Rijk
  2. Het Assyrische Rijk
  3. Het Babylonische Rijk
  4. Het Medo-Perzische Rijk
  5. Het Griekse Rijk
  6. Het Romeinse Rijk
  7. De tienstatenbond

En ik zag een van zijn hoofden als tot den dood gewond, en zijn dodelijke wonde werd genezen; en de gehele aarde verwonderde zich achter het beest. Openbaring 13 : 3

Het zevende rijk is het laatste dat hier genoemd wordt. Uiteindelijk zal er ook nog een achtste rijk komen. Dat zal Gods geopenbaard Koninkrijk op aarde zijn. Nu werd er één van die hoofden tot de dood toe gewond. Één van die wereldrijken sterft af en verdwijnt. Maar tot ieders verbazing werd de dodelijke wond genezen. Één van die oude wereldrijken wordt dus hersteld en komt weer terug. Het is uiteraard niet het zevende rijk, want dat is het rijk dat uit een ander rijk hersteld wordt.

Het is ook niet het zesde rijk, het Romeinse Rijk dat hersteld wordt, hoewel sommigen dit wel denken. Aanvankelijk heeft men de keizer voor “antichrist” uitgemaakt, omdat hij de christenen vervolgde. Later heeft men de Roomse paus tot antichrist verklaard, omdat hij eveneens de christenen, namelijk de protestanten vervolgde. Christenvervolging, zo redeneerde men, was iets satanisch, geïnspireerd door de duivel, de god van deze eeuw. Uiteindelijk is zo via Openbaring 17 : 3, 5 de naam “Babel” op Rome geplakt. Zodoende verwachten sommigen in de toekomst een hersteld rijk met Rome als hoofdstad. Onder “Babel” wordt dan eigenlijk “Rome” verstaan. Op die manier geeft men Babel een overdrachtelijke betekenis. Omdat men Rome verwacht als toekomstige hoofdstad, verwacht men dus het herstelde Romeinse Rijk. Een rijk in Europa. Maar dat is een misverstand. Het gaat om een rijk in Azië en niet in Europa! Dit is niet een herstel van het Romeinse Rijk in Europa. Europa heeft er niets mee te maken; het oude rijk van de Romeinen speelt in de eindtijd nauwelijks een rol. Het gaat om het letterlijke Babel en dus een rijk in het Midden-Oosten. Heel de Arabische wereld is daarin betrokken.

Welk van die zeven hoofden werd tot de dood toe gewond en herstelde zich in het visioen? Niet het Romeinse Rijk, want dat wordt niet hersteld. Babel zou herstellen. Dat is af te leiden uit Daniël 4. Babel wordt daar uitgebeeld door een boom, die omgehakt werd. De stam en wortels van die boom zouden echter in de aarde blijven en na zeven tijden zou de boom herstellen. (Daniël 4 : 20-22)

In Openbaring 18 en 19 vinden we een beschrijving van de uiteindelijke ondergang van Babel. Die beschrijving kan alleen op een letterlijk Babel slaan, want de val van Babel wordt in Jeremia 50 en 51 voorzegd. Die oudtestamentische profetieën zijn nog nooit vervuld. Dat moet nog gebeuren. Met Babel is wel ooit iets ernstigs gebeurd, maar definitief verwoest is de stad nooit. Babel staat tegenwoordig gewoon op de kaart en ligt in Irak.

Niet het zesde, Romeinse Rijk wordt dus hersteld, maar het vijfde, Griekse Rijk. Het was wel gewond maar zal weer genezen worden. Dat blijkt later ook uit Openbaring 17.

En het zijn ook zeven koningen; de vijf zijn gevallen, en de een is, en de ander is nog niet gekomen, en wanneer hij zal gekomen zijn, moet hij een weinig tijds blijven. Openbaring 17 : 10

Vijf zijn gevallen (Egyptische t/m Griekse Rijk) en de één is (Romeinse Rijk), en de ander is nog niet gekomen (tien-statenbond)”. Het Romeinse Rijk was het rijk dat aan de macht was op het moment dat Openbaring geschreven werd. Één van die gevallen rijken zou zich herstellen. Het kan alleen maar één van de eerste vijf rijken zijn. Het Romeinse Rijk komt in die reeks niet voor, want dat was het zesde rijk. Het wordt inderdaad het Griekse Rijk van Alexander de Grote. Voor een beter overzicht zijn in onderstaand schema alle rijken in chronologische volgorde weergegeven.

De opeenvolgende wereldrijken

Niemand had verwacht of voor mogelijk gehouden dat het Griekse Rijk zou herstellen. De mensen verbazen zich erover. Zoals Openbaring 13 : 3 zegt: “… de gehele aarde verwonderde zich achter het beest aan”. Men heeft het eeuwen lang, zeker sinds de Eerste Wereldoorlog toen het Turkse Rijk uiteenviel, voor onmogelijk gehouden dat het Midden-Oosten weer zo veel macht zou hebben.

Bovendien staat de wereld de opname van de Gemeente te wachten. Dat zal hoogstwaarschijnlijk de doodsteek voor de Westerse beschaving, cultuur en macht zijn. Zeker voor Amerika. Dat betekent dat er een enorm machtsvacuüm ontstaat en logischerwijze valt dat dan terug op het Midden-Oosten. De macht keert op die manier terug naar Ismaël, de andere tak van de familie van Abraham om zo te zeggen. Van het Midden-Oosten uit wordt dus een rijk gesticht volgens de idealen van Nebukadnezar en Alexander de Grote.

En zij aanbaden den draak, die het beest macht gegeven had; en zij aanbaden het beest, zeggende: Wie is dit beest gelijk? wie kan krijg voeren tegen hetzelve? Openbaring 13 : 4

Hier wordt over twee verschillende figuren naast elkaar gesproken, namelijk de draak en het beest uit de zee, waarbij de draak zorgt dat het beest de macht krijgt. In de praktijk hebben de draak en het eerste beest samen de macht. De draak is de antichrist, de duivel, de grote wereldleraar en de valse profeet. Het beest uit de zee is die man, die hoorn, die koning of leider die in het Midden-Oosten zal opstaan. Of hij uiteindelijk ook “koning” genoemd zal worden, is nog niet duidelijk. Maar hij is in ieder geval de grote machthebber en het politieke hoofd van het rijk. Samen worden zij beschouwd als een sterk duo, want “wie kan krijg voeren tegen hetzelve?”

En hetzelve werd een mond gegeven, om grote dingen en gods lasteringen te spreken; Openbaring 13 : 5a

Met “hetzelve” wordt het beest uit de zee, die man die het nieuwe wereldrijk politiek zal leiden bedoeld. Waarschijnlijk zal dit een Filistijn, Edomiet, Ismaëliet of Amalekiet  zijn. Hem werd een mond gegeven om grote dingen en lasteringen te spreken. Dit is een voortzetting van wat in Daniël 7 geschreven staat over het vierde dier (het Romeinse Rijk).

Daarna zag ik in de nachtgezichten, en ziet, het vierde dier was schrikkelijk en gruwelijk, en zeer sterk; en het had grote ijzeren tanden, het at, en verbrijzelde, en vertrad het overige met zijn voeten; en het was verscheiden van al de dieren, die voor hetzelve geweest waren; en het had tien hoornen. Daniël 7 : 7

Het vierde dier (het Romeinse Rijk) had tien hoornen. We kennen het Romeinse Rijk uit het verleden. De tien hoornen komen overeen met de tien tenen van het beeld uit Daniël 2. Dat is de tien-statenbond. Die is er nog niet, maar zal in het Midden-Oosten gaan komen. Tien Arabische landen zullen zich vermoedelijk aaneensluiten tot wat dan als een wereldrijk beschouwd zal worden. Daarvan lezen we in de volgende verzen:

Ik nam acht op de hoornen, en ziet, een andere kleine hoorn kwam op tussen dezelve, en drie uit de vorige hoornen werden uitgerukt voor denzelven; en ziet, in dienzelven hoorn waren ogen als mensenogen, en een mond, grote dingen sprekende. Daniël 7 : 8

En aangaande de tien hoornen die op zijn hoofd waren, en den anderen, die opkwam, en voor denwelken drie afgevallen waren, namelijk dien hoorn, die ogen had, en een mond, die grote dingen sprak, en wiens aanzien groter was, dan van zijn metgezellen. Daniël 7 : 20

Die ene hoorn – die uit de tien hoornen opkomt – is de machthebber van het laatste rijk, oftewel het beest uit de zee.

De mond

De machthebber van het antichristelijke rijk had een mond “grote dingen sprekende”. (Daniël 7 : 8) Wij herkennen daarin de draak, namelijk de duivel zelf, die grote dingen sprak. Zie Jesaja 14 waar hij “koning van Babel” genoemd wordt:

13 En zeidet in uw hart: Ik zal ten hemel opklimmen, ik zal mijn troon boven de sterren Gods verhogen; en ik zal mij zetten op den berg der samenkomst aan de zijden van het noorden.
14 Ik zal boven de hoogten der wolken klimmen, ik zal den Allerhoogste gelijk worden. Jesaja 14 : 13, 14

De duivel, de koning van Babel, zou zichzelf verhogen en de grootste machthebber worden in de schepping. Deze machthebber komt dus overeen met de hoorn uit Daniël 7 en met de mond van het eerste beest uit Openbaring 13 : 5. Het verschil tussen Openbaring 13 en Daniël 7 is dat het in Daniël 7 om één hoorn, één machthebber gaat die mond en ogen heeft. De hoorn had een mond, grote dingen sprekende. In Openbaring 13 staat daarentegen dat hem een mond gegeven werd. Dat betekent dus dat hij die mond eerst niet had en later wel. Dit detail wordt in Daniël 7 weggelaten, wat er uiteraard niet in strijd mee is. Die mond, die hem gegeven wordt, is gewoon iemand anders. Dat beest uit de zee, die mens, ontving een mond, dat wil zeggen iemand anders naast hem die voor hem spreekt. Een vergelijkbare situatie vinden wij bij Mozes.

10 Toen zeide Mozes tot den HEERE: Och Heere! ik ben geen man wel ter tale, […] want ik ben zwaar van mond, en zwaar van tong.

14 Toen ontstak de toorn des HEEREN over Mozes, en Hij zeide: is niet Aaron, de Leviet, uw broeder? Ik weet, dat hij zeer wel spreken zal, en ook, zie, hij zal uitgaan u tegemoet; wanneer hij u ziet, zo zal hij in zijn hart verblijd zijn.
15 Gij dan zult tot hem spreken, en de woorden in zijn mond leggen; en Ik zal met uw mond, en met zijn mond zijn; en Ik zal ulieden leren, wat gij doen zult.
16 En hij zal voor u tot het volk spreken; en het zal geschieden, dat hij u tot een mond zal zijn, en gij zult hem tot een god zijn. Exodus 4 : 10, 14-16

Mozes wilde wel naar de Farao gaan, maar hij vond dat hij te slecht sprak. Mozes kreeg daarom een “mond”, iemand die voor hem sprak, en dat was Aaron. Het waren twee verschillende personen. Dat is hier in Openbaring 13 ook zo. Aan de ene kant is daar het eerste beest, die man, die gewone mens, die politieke machthebber. Aan de andere kant is daar iemand die voor hem spreekt. Die mond is de draak, de antichrist, valse leraar, valse profeet. Het belangrijkste woord in het Oude Testament voor “profeet” betekent “mond”. De hele persoon wordt met “mond” aangeduid, omdat de mond zijn belangrijkste attribuut is. Die wereldleider spreekt, maar dat is de antichrist, de draak. Door die grote mond krijgt hij zijn macht. Adolf Hitler moest het destijds met zijn eigen mond doen, maar hij vergaarde de macht ook met zijn mond, met zijn verhalen, met zijn filosofieën en ideeën. Dat is hier in Openbaring 13 ook zo.

…. en hetzelve werd macht gegeven, om zulks te doen, twee en veertig maanden. Openbaring 13 : 5b

Het beest werd macht gegeven “om zulks te doen”. Het woordje “zulks” staat niet in de grondtekst en moet daarom doorgestreept worden. Er staat eigenlijk: “Hetzelfde werd macht gegeven, om te doen […]”. Een vergelijkbare uitdrukking als “om te doen” vinden we twee keer in Daniël 8:22

9 En uit een van die kwam voort een kleine hoorn, welke uitnemend groot werd, tegen het zuiden, en tegen het oosten, en tegen het sierlijke land.
10 En hij werd groot tot aan het heir des hemels; en hij wierp er sommigen van dat heir, namelijk van de sterren, ter aarde neder, en hij vertrad ze.
11 Ja, hij maakte zich groot tot aan den Vorst diens heirs, en van Denzelven werd weggenomen het gedurig offer, en de woning Zijns heiligdoms werd nedergeworpen.
12 En het heir werd in den afval overgegeven tegen het gedurig offer; en hij wierp de waarheid ter aarde; en deed het, en het gelukte wel.

24 En zijn kracht zal sterk worden, doch niet door zijn kracht; en hij zal het wonderlijk verderven, en zal geluk hebben, en zal het doen; en hij zal de sterken, mitsgaders het heilige volk verderven. Daniël 8 : 9-12, 24

De hoorn, de politiek leider, het beest uit de zee kreeg macht om zijn gang te gaan. Dan staat er in vers 12: “en [hij] deed het, en het gelukte wel”. Hij werd door niets gehinderd en was voorspoedig in alles wat hij deed. Ook in vers 24 staat: “en [hij] zal geluk hebben en zal het doen. De hoorn kon rustig z’n gang gaan. Niemand legde hem een strobreed in de weg. Dit wordt vermeld omdat het iets bijzonders is. Het oprichten van een wereldrijk is niet makkelijk, maar het zal deze hoorn lukken, als vanzelf. Hetzelfde lezen we nog eens in Daniël 11.

En die koning zal doen naar zijn welgevallen, en hij zal zichzelven verheffen, en groot maken boven allen God, en hij zal tegen den God der goden wonderlijke dingen spreken; en hij zal voorspoedig zijn, totdat de gramschap voleind zij, want het is vastelijk besloten, het zal geschieden. Daniël 11 : 36

Nogmaals: het beest kreeg zijn macht door de mond, door het beest uit de aarde, de antichrist, die zijn ideeën en ideologieën ter onderbouwing van dat rijk naar voren brengt. Hij doet dat 42 maanden lang. 42 maanden is 3,5 jaar en komt overeen met de eerste helft van de zeventigste week  van Daniël. (zie schema “eindtijd”, pagina 60)

6 En het opende zijn mond tot lastering tegen God, om Zijn Naam te lasteren, en Zijn tabernakel, en die in den hemel wonen.
7 En hetzelve werd macht gegeven, om den heiligen krijg aan te doen, en om die te overwinnen; …. Openbaring 13 : 6, 7a

Het beest uit de zee zal pas gaan strijden tegen de heiligen in het midden van de zeventigste week van Daniël. De zeventigste week begint namelijk met vrede. Er zal een vredesverbond gesloten worden tussen de Joodse staat en de “vorst die komen zal” (Daniël 9 : 26), dat is die hoorn. Men zal zich in de praktijk maar 3,5 jaar aan dit verbond houden. Dan zegt de Bijbel:

Want wanneer zij zullen zeggen: Het is vrede, en zonder gevaar; dan zal een haastig verderf hun overkomen, gelijk de barensnood een bevruchte vrouw; en zij zullen het geenszins ontvlieden; 1 Thessalonicenzen 5 : 3

Dit haastig verderf zal in het midden van de zeventigste week komen. (Daniël 9 : 27) Dan zal de Joodse godsdienst verboden worden en een beeld worden opgericht in de heilige plaats Jeruzalem. (Matthéüs 24 : 15) Dan wordt de vrede genomen van de aarde. Dit wordt ook beschreven in Openbaring 6.

2 En ik zag, en ziet, een wit paard, en Die daarop zat, had een boog; en Hem is een kroon gegeven, en Hij ging uit overwinnende, en opdat Hij overwonne!
3 En toen Het het tweede zegel geopend had, hoorde ik het tweede dier zeggen: Kom en zie!
4 En een ander paard ging uit, dat rood was; en dien, die daarop zat, werd macht gegeven den vrede te nemen van de aarde; en dat zij elkander zouden doden; en hem werd een groot zwaard gegeven. Openbaring 6 : 2-4

Het witte paard staat voor vrede die een schijnvrede blijkt te zijn. Daarna komt een rood paard dat de vrede wegneemt van de aarde. Op dit paard komt dus die hoorn, die “vorst die komen zal” om de heiligen krijg aan te doen. Dat gebeurt in het midden van de zeventigste week.

In Openbaring 13 staat alles exact in chronologische volgorde. Tegelijkertijd met de opname wordt satan op aarde geworpen. De duivel komt op aarde in de gedaante van de antichrist. Dan staat er een politiek leider op (beest uit de zee), die een wereldrijk sticht. Dan wordt dit beest een mond gegeven (het beest uit de aarde, de antichrist). De mond komt om een nieuwe leer te prediken, die gepaard gaat met tekenen en wonderen. Het beest uit de zee wordt dus macht gegeven en kan 42 maanden lang zijn gang gaan. Dat zijn 3,5 jaar van zogenaamde “vrede”, maar daarna is het afgelopen. In het midden van de zeventigste week wordt de gruwel der verwoesting opgericht in de heilige plaats en breekt de grote verdrukking aan. (zie schema “eindtijd“.)

Aan de ene kant keert het beest zich rechtstreeks tegen God. Hij maakt zichzelf tot God waardoor hij zich boven God plaatst. Wij herkennen hierin de leringen van de Maitreya.  De komende Maitreya wordt weliswaar niet letterlijk beschouwd als “God” in de klassieke betekenis van het woord, maar wel als het hoogst ontwikkelde leven in de hele kosmos. Als er iemand vereerd zal worden, is hij dat. Daarmee wordt God inderdaad vervangen door het beeld van een “verderfelijk mens”. (Romeinen 1 : 23)

Aan de andere kant keert het beest zich specifiek tegen het Judaïsme en spreekt lastering tegen God “om Zijn Naam te lasteren, en Zijn tabernakel, en die in den hemel wonen”. (Openbaring 13 : 6) Degenen die in de hemel wonen zijn Christus en de Gemeente.

En hetzelve werd macht gegeven, om den heiligen krijg aan te doen, en om die te overwinnen; Openbaring 13 : 7a

“Om den heiligen krijg aan te doen” betekent “om te strijden tegen de heiligen”. Wie zijn die “heiligen”? Niet de Gemeente, want die is dan niet meer op de aarde. Sterker nog: de strijd met de Gemeente is allang beslist. Als de Gemeente weg is, welk volk is bestemd om de Heer te dienen hier op aarde? Op z’n minst het Joodse volk. De geschiedenis gaat vanaf dit punt verder met de verkiezing van de Joodse natie als Gods priesterlijk en koninklijk volk hier op aarde. De Joden maken deel uit van het uitverkoren volk, dat God geheiligd heeft tot Zijn dienst. Er moet nog wel het één en ander gebeuren, maar ze worden toch “heiligen” genoemd. “Heilig” betekent “apart gezet tot de dienst aan God”. Dat het volk hier nog niet tot geloof gekomen is, doet er niets aan af.

In Openbaring 13 : 7 vinden we de beschrijving van 3,5 jaar grote verdrukking in de tweede helft van de zeventigste week van Daniël. Die verdrukking is beperkt tot de Joodse natie. Wij weten dat er dan inderdaad een eind komt aan de Joodse staat. Die wordt namelijk compleet verwoest. Dat zei de profeet Daniël ook al:

En hij zal velen het verbond versterken een week; en in de helft der week zal hij het slachtoffer en het spijsoffer doen ophouden, en over den gruwelijken vleugel zal een verwoester zijn, ook tot de voleinding toe, die vastelijk besloten zijnde, zal uitgestort worden over den verwoeste. Daniël 9 : 27

Er zal verwoesting zijn tot het einde toe. Het is vast besloten en zal gebeuren. Ook in Daniël 7 : 21 lezen we dat de hoorn krijg (oorlog/strijd) voerde tegen de heiligen en dat hij die overwon:

Ik had gezien, dat diezelve hoorn krijg voerde tegen de heiligen, en dat hij die overmocht, Daniël 7 : 21

Precies hetzelfde verhaal staat daarna nog een keer in:

En het zal woorden spreken tegen den Allerhoogsten, en het zal de heiligen der hoge plaatsen verstoren, en het zal menen de tijden en de wet te veranderen, en zij zullen in deszelfs hand overgegeven worden tot een tijd, en tijden, en een gedeelte eens tijds. Daniël 7 : 25

Met de tijdsaanduiding “tijd, en tijden, en een gedeelte eens tijds” wordt een periode van 3,5 jaar bedoeld. Uit het verband blijkt dat dit de tweede helft van de zeventigste week van Daniël is. In deze 3,5 jaar is er inderdaad oorlog en wordt er krijg tegen de heiligen (= het Joodse volk) gevoerd. (zie schema “eindtijd”)

Verandering van tijden en wetten

Het beest zal menen “de tijden en de wet te veranderen”. (Daniël 7 : 25) De tijd kan niet letterlijk veranderd worden: de klok loopt immers altijd gewoon door. Maar de inhoud van een tijd kan wel gewijzigd worden. Dat gebeurt als de wet, het onderwijs of de cultuur veranderd wordt. Op die manier ontstaat er een nieuwe tijd. In het Engels wordt dat “New Age” genoemd. Een nieuwe eeuw, een nieuwe tijd, een nieuwe leer, een nieuwe filosofie die rechtstreeks van de duivel afkomstig is. Bijna alle menselijke filosofieën komen van de duivel. Daarom is de Bijbel ook zeer negatief over filosofie:

Ziet toe, dat niemand u als een roof vervoere door de filosofie, en ijdele verleiding, naar de overlevering der mensen, naar de eerste beginselen der wereld, en niet naar Christus; Kolossensen 2 : 8

En dan staat er verder in Openbaring 13:

en hetzelve werd macht gegeven over alle geslacht, en taal, en volk. Openbaring 13 : 7b

Dat is de situatie na de zeventigste week van Daniël. (zie schema “eindtijd”, pagina 60) In de zeventigste week richt de antichrist zich tegen de Joodse staat. Die moet eerst uit het Midden-Oosten verdwijnen voordat het antichristelijke rijk daar opgebouwd kan worden. Het loopt erop uit dat het beest macht krijgt over alle geslacht, taal en volk. Alle profetieën, die zeggen dat de Heer Jeruzalem zal redden en bewaren, slaan op de tijd na de zeventigste week van Daniël. Wij lezen bijvoorbeeld in Zacharia:

2 Ziet, Ik zal Jeruzalem stellen tot een drinkschaal der zwijmeling allen volken rondom; ja, ook zal zij zijn over Juda, in de belegering tegen Jeruzalem.
3 En het zal te dien dage geschieden, dat Ik Jeruzalem stellen zal tot een lastigen steen allen volken; allen, die zich daarmede beladen, zullen gewisselijk doorsneden worden; en al de volken der aarde zullen zich tegen haar verzamelen.
4 Te dien dage, spreekt de HEERE, zal Ik alle paarden met schuwigheid slaan, en hun ruiters met zinneloosheid; maar over het huis van Juda zal Ik Mijn ogen openen, en alle paarden der volken zal Ik met blindheid slaan. Zacharia 12 : 2-4

De Heer zal voor Jeruzalem strijden wanneer Jeruzalem een gelovig, christelijk dan wel Messiaans Jeruzalem zal zijn. Dat is het nu niet. Eerst moet Jeruzalem nog verwoest worden. Die verwoesting zal gruwelijker zijn dan ooit in het verleden. Dat moet ook wel, want al het menselijke werk wordt door God aan de kant gezet. De Joodse staat is een vijand van God en van Christus. Het zionisme is zelfs in de plaats gekomen van het Judaïsme. Maar God zal aan al die religieuze systemen een einde maken. En voor zover er een gelovig overblijfsel zal zijn, wordt het uit de stad uitgeleid, precies zoals Lot indertijd uit Sodom werd gered. Lot is namelijk een beeld van het gelovige Joodse volk.

Terug naar Openbaring 13 : 7. Het beest werd macht gegeven over alle geslacht, taal en volk. De woorden “geslacht”, “taal” en “volk” zijn synoniemen. Een gelijksoortige uitdrukking lezen we ook in Openbaring 17:

En hij zeide tot mij: De wateren, die gij gezien hebt, waar de hoer zit, zijn volken, en scharen, en natiën, en tongen. Openbaring 17 : 15

De “wateren” zijn een beeld van de volkeren. De hoer Babylon zit op de wateren. Dat betekent dat Babylon de volkeren regeert. De koningen der aarde zullen met de hoer Babylon hoereren. (Openbaring 17 : 2) Kennelijk hebben we van doen met het laatste wereldrijk. De woorden “volken, en scharen, en natiën, en tongen” zijn synoniemen van elkaar. De uitdrukking “alle geslacht, natiën, taal en volk” komt ook in Daniël 6 voor.

Toen schreef de koning Darius aan alle volken, natiën en tongen, die op de ganse aarde woonden: Uw vrede worde vermenigvuldigd! Daniël 6 : 26

Openbaring 13 : 7 gaat dus over het einde van de zeventigste week en de dagen daarna. Dat is dus de periode tussen de zeventigste week en de duizend jaren. Deze periode zal mogelijk 33 jaar duren. (en zie schema “eindtijd“)

En allen, die op de aarde wonen, zullen hetzelve aanbidden, welker namen niet zijn geschreven in het boek des levens, des Lams, Dat geslacht is, van de grondlegging der wereld. Openbaring 13 : 8

Er zijn in die dagen wel degelijk gelovigen op aarde. Zij zijn pas na de opname tot geloof gekomen. Zij zijn bestemd voor de duizend jaren en zullen het geopenbaarde koninkrijk van Christus op aarde binnen gaan. Zij zijn uiteindelijk de “grote schare, die niemand tellen kon, uit alle natie, en geslachten, en volken, en talen […].” (Openbaring 7 : 9) De rest van de wereld aanbidt het beest en zijn mond.

Bij de woorden “Lam” en “geslacht” uit Openbaring 13 : 8 denken wij misschien aan de Here Jezus Die stierf. Dat is niet ten onrechte, maar het gaat hier om het Lam uit Openbaring 4 en 5. Het is dat Lam “staande als geslacht”. (Openbaring 5 : 6) Dat staat op de troon in de hemel. Kortom: het Lam is wel degelijk de grote Koning van het Koninkrijk Gods. Het is Christus, de Koning van het Messiaanse Rijk. Het is hier niet helemaal duidelijk waar de term “van de grondlegging der wereld” precies op slaat. Het kan op “het boek des levens”, of op “het Lam” of op “het Lam, Dat geslacht is” slaan. Maar dat doet in deze uiteenzetting weinig ter zake. De uitdrukking betekent in elk geval dat we hier van doen hebben met een plan. Een plan dat al vóór de dagen van Adam, vóór de nederwerping van de oude wereld  bestond. Dit plan Gods stond altijd al vast. Hoezeer de draak, de valse profeet, de mond, het beest ook tekeer gaan en in opstand zijn tegen God: zij zullen het niet redden. Gods plan wordt uitgevoerd. Daarover hoeven we ons geen zorgen te maken. Er gebeurt niets buiten Hem om. Christus, het Lam, is al van oudsher, van vóór de nederwerping der wereld bestemd om het Koningschap over heel de schepping op zich te nemen. Alle dingen zullen aan Hem onderworpen zijn. Dat wordt al op de eerste bladzijden van de Bijbel aangekondigd. In Genesis 1 : 26 zei God immers al: “Laat Ons mens maken”. Die mens zou heerschappij hebben over de hele schepping. Uiteindelijk blijkt die mens niet Adam te zijn, hoewel het tegen hem gezegd werd, maar Christus. Het werd niet de eerste Adam, maar de tweede Adam.

Indien iemand oren heeft, die hore. Openbaring 13 : 9

Dit staat ook in de zeven zendbrieven aan de zeven gemeenten in Openbaring 2 en 3. Iedere zendbrief eindigt met bovengenoemde woorden. De betekenis van deze woorden is steeds gelijk, het gaat hier om verborgen dingen. Daarom wordt onze aandacht op deze dingen gevestigd, in de zin van: let goed op! Het is een idiomatische uitdrukking (niet letterlijk taalgebruik) met de oproep Schrift met Schrift te vergelijken en de Bijbel echt te bestuderen. God heeft bepaalde waarheden nu eenmaal verborgen. Voor zover dit Bijbelboek “Openbaring” is, is het de openbaring van datgene wat eerder verborgen was. Wij worden geacht deze verborgenheden te kennen, anders komen we er hier niet uit.

Indien iemand in de gevangenis leidt, die gaat zelf in de gevangenis; indien iemand met het zwaard zal doden, die moet zelf met het zwaard gedood worden. Openbaring 13 : 10a

Dit zijn ook idiomatische uitdrukkingen. Ze betekenen dat deze dingen vastliggen. Zij werden in het verleden aangekondigd en zo zal het gaan. Dit is als het ware het noodlot dat over de wereld komt en dat is onvermijdelijk. Hoe de mens ook tekeergaat en in opstand is tegen God, het zwaard dat hij bij wijze van spreken hanteert, zal op zijn eigen hoofd terugkeren.

Hier is de lijdzaamheid en het geloof der heiligen. Openbaring 13 : 10b

De heiligen zouden lijdzaamheid, passie en overgave hebben. De gelovigen zullen in die dagen vervolgd worden en misschien zelfs wel de marteldood sterven. Toch gaat het erom dat men trouw blijft aan de Heer. Dat is natuurlijk in onze dagen ook zo, maar in die dagen nog veel sterker. De vervolging van gelovigen zal in die dagen heviger zijn dan ooit tevoren in de geschiedenis. Hoeveel martelaren er zullen zijn is onmogelijk te voorspellen, maar in die dagen zullen gelovigen over heel de wereld systematisch uitgeroeid worden. In Openbaring 20 lezen we dat de gelovigen die in de dagen van het antichristelijke rijk, in de dagen van de grote verdrukking omgebracht worden, met Christus opgewekt zullen worden.

En ik zag tronen, en zij zaten op dezelve; en het oordeel werd hun gegeven; en ik zag de zielen dergenen, die onthoofd waren om de getuigenis van Jezus, en om het Woord Gods, en die het beest, en deszelfs beeld niet aangebeden hadden, en die het merkteken niet ontvangen hadden aan hun voorhoofd en aan hun hand; en zij leefden en heersten als koningen met Christus, de duizend jaren. Openbaring 20 : 4

De martelaren uit de periode tussen de zeventigste week en de 1000 jaren zullen met Hem de duizend jaren binnengaan en een vooraanstaande plaats hebben in Zijn Koninkrijk. (zie schema “eindtijd”,)

3. Het tweede beest

En ik zag een ander beest uit de aarde opkomen. Openbaring 13 : 11a

Van oudsher worden Openbaring 13 : 1 en 11 naast elkaar gelegd. Wat is het verschil tussen de twee beesten? Het ene beest komt uit de zee en het andere uit de aarde. Typologisch hoeft dit echter geen verschil te maken, omdat zowel de zee als de aarde staan voor de mens. De mens is geformeerd uit de aarde; de mens is uit de aarde en dus aards. (1 Korinthe 15 : 47) De mens keert bij het sterven ook naar de aarde weder, omdat hij uit die aarde genomen is. De mens is niets anders dan een aarden vat. Maar ook de zee staat voor de mens. Het woord “zee” duidt de veelheid van mensen en volkeren aan. Denk aan de vele Schriftgedeelten waar de zee de uitbeelding is van de volkeren. Met andere woorden: de aarde en de zee komen typologisch met elkaar overeen. Ze verwijzen allebei naar de mens en zijn het tegenovergestelde van de hemel. Het aardoppervlak zet zich voort in het zeeoppervlak, zo veel verschil is er dus niet. Maak je wel verschil, dan ontstaan er problemen in de uitleg. Er wordt gezegd: “De zee, dat zijn de volkeren, dan moet de aarde het land zijn, dus dit tweede beest moet uit Israël voortkomen.” Deze redenatie klopt niet. Daardoor zouden ons alle aanduidingen in dit Schriftgedeelte ontgaan die helemaal niet spreken over Israël, maar over de duivel. Want vanaf vers 11 krijgen we inderdaad te maken met het tweede beest dat letterlijk de antichrist, de duivel in eigen persoon is.

“Ik zag een ander beest uit de aarde opkomen”. Men zegt dan dat hij niet uit de hemel komt. Maar dat is toch wel het geval en dat is nu juist het punt. De duivel was hemels. Als hij in de toekomst uit de hemel geworpen wordt, wordt hij dus aards. “Aards” betekent “uit de aarde”. De duivel zal een tastbaar, materieel lichaam krijgen. Je moet het kunnen aanraken. Hoe dat precies werkt weten wij niet, maar dat weten wij van engelen die verschijnen ook niet.

U en het had twee hoornen, des Lams hoornen gelijk, en het sprak als de draak. Openbaring 13 : 11b

Wie lijkt er op het Lam? Wie wil er uitzien als Christus? De antichrist, de duivel uiteraard. Als het beest spreekt als de draak, wie is hij dan? De draak!

En het oefent al de macht van het eerste beest, in tegenwoordigheid van hetzelve, en het maakt, dat de aarde, en die daarin wonen het eerste beest aanbidden, wiens dodelijke wonde genezen was. Openbaring 13 : 12

De draak was degene die macht, kracht en troon gaf aan het eerste beest. (Openbaring 13 : 4) Als het eerste beest, die politieke leider, zijn macht ontvangt van de antichrist, dan betekent dit dat de antichrist zelf de belangrijkste is in het rijk. Hetzelfde principe vinden we bijvoorbeeld ook bij Napoleon. Hij zou door de paus gekroond worden tot keizer. Op het laatste moment greep Napoleon de kroon uit de handen van de paus en zette die zelf op z’n hoofd. Als hij het de paus had laten doen, zou hij de paus erkend hebben als zijn meerdere. Door de kroon van de paus af te pakken, plaatste Napoleon zichzelf boven de paus. Als het eerste beest in de toekomst zijn macht ontvangt van de draak, dan is de draak zelf de grootste machthebber. Niet omdat hij een politieke functie vervult, maar omdat hij de man is met de mond. Hij is degene die voor het woord zorgt, die spreekt en daarmee dat rijk bouwt. Het tweede beest maakt dat de hele wereld het eerste beest aanbidt. Dit tweede beest is identiek aan de draak uit vers 2 en aan die mond van het eerste beest.

Wonderen en tekenen

En het doet grote tekenen, zodat het ook vuur uit den hemel doet afkomen op de aarde, voor de mensen. Openbaring 13 : 13

Het tweede beest zorgt ervoor dat de mensheid het eerste beest aanbidt. Hij doet dit met kracht van tekenen en wonderen. Deze tekenen en wonderen lijken te bevestigen dat hij de Christus is. Maar dat is hij niet, hij is de antichrist. Dat zou een waarschuwing moeten zijn voor degenen die in onze dagen tekenen en wonderen verlangen. De mensen willen tekenen en wonderen zien en zullen zich daardoor laten verleiden. Zij zullen geneigd zijn om ze toe te schrijven aan de Heer of aan de Heilige Geest. Helaas is dit vandaag de dag ook al niet anders. Wonderen en tekenen zijn prachtige middelen om de mensen van het Woord van God af te houden. Zij suggereren namelijk dat we geen Bijbel meer nodig hebben, omdat God zich rechtstreeks aan ons zou openbaren. Maar het is precies andersom. Het gaat erom dat we de Bijbel lezen, geloven en ons daarin laten onderwijzen. Hiervoor waarschuwde de Heer al toen Hij zei: “Ziet toe, dat u niemand verleide”. (Matthéüs 24 : 4) Wat we overhouden is dus letterlijk en alleen het Woord, waarvan Petrus zei:

En wij hebben het profetische woord, dat zeer vast is, en gij doet wel, dat gij daarop acht hebt, als op een licht, schijnende in een duistere plaats, totdat de dag aanlichte, en de morgenster opga in uw harten. 2 Petrus 1 : 19

Het profetische Woord is zeer vast, zolang we het als één geheel beschouwen en dus Schrift met Schrift vergelijken. Dan zullen we ook door tekenen en wonderen niet verleid worden, omdat we de waarheid liefhebben.

Verder staat er in Openbaring 13 : 13 dat de antichrist vuur uit de hemel doet afkomen op de aarde. Men kan speculeren wat dit vuur precies is. De meest elementaire betekenis van vuur is kracht of energie. In het algemeen gaat het om geestelijke kracht, waardoor mensen gemotiveerd en in beweging gezet worden. Let wel: bij de opname van de Gemeente zal niet alleen satan op aarde geworpen worden, maar ook zijn engelen. Niet alleen “de meester der wijsheid”, maar ook “de meesters der wijsheid”. Zij werden al tientallen jaren geleden door allerlei spiritistische of New Age-achtige figuren aangekondigd, die meenden dat zijzelf profeten waren. Dat waren zij ook, maar dan van de duivel. De wereld is al aardig voorbereid op de komst van satan en zijn engelen. Zij zullen inderdaad de volkeren verleiden met de kracht van tekenen en wonderen.

En verleidt degenen, die op de aarde wonen, door de tekenen, die aan hetzelve toe doen gegeven zijn in de tegenwoordigheid van het beest; Openbaring 13 : 14a

Deze dingen worden ook in de Johannesbrieven beschreven. Uit die brieven blijkt dat het tweede beest een verleider is, een leugenaar, die de waarheid bestrijdt. Hij wordt daar met “antichrist” aangeduid. Alleen wordt die term daar niet uitsluitend aangehaald in verband met de toekomstige dingen, maar ook met betrekking tot de tegenwoordige tijd. Johannes zegt dat de antichrist nog moet komen, maar dat er nu al veel antichristen, veel valse profeten zijn. Sinds de opstanding van Christus zijn er dus veel antichristenen. Ze doen hun werk, verspreiden de leugen en bestrijden de waarheid. In 2 Thessalonicenzen 2 wordt de antichrist, het tweede beest, tamelijk uitgebreid beschreven.

3 Dat u niemand verleide op enigerlei wijze; want die komt niet, tenzij dat eerst de afval gekomen zij, en dat geopenbaard zij de mens der zonde, de zoon des verderfs;
4 Die zich tegenstelt, en verheft boven al wat God genaamd, of ais God geëerd wordt, alzo dat hij in den tempel Gods als een God zal zitten, zichzelven vertonende, dat hij God is. 2 Thessalonicenzen 2 : 3, 4

Hier wordt de antichrist “de mens der zonde” en “de zoon des verderfs” genoemd. Het woord “mens” in de Bijbel wil niet zeggen dat iemand een mens is in biologische zin. Een mens is dat wat er uitziet als een mens en zich zo gedraagt. Dat is ook de betekenis van het Griekse woord “anthropos”, dat hier in de grondtekst gebruikt wordt. Als de duivel op aarde geworpen wordt, dan ziet hij er uit als een mens. Dat is ook het geval met engelen. Elke engel die op aarde verschijnt, wordt in de Bijbel aangeduid met het woord “mens” of “man” Gods.

De antichrist is dus “de mens der zonde”. Eigenlijk had er moeten staan: “de mens der wetteloosheid” (“anomos”). Dat betekent “zonder wet”. Dat komt overeen met de oudtestamentische uiteenzetting dat hij de wet, het onderwijs en de traditie zou veranderen. (Daniël 7 : 25) Hij brengt een nieuwe leer. In 2 Thessalonicenzen 2 : 4 lezen we dan dat de mens der wetteloosheid, de zoon des verderfs zich zal stellen boven God. De antichrist zal in de tempel Gods als een God zitten. “Zitten” betekent “een positie innemen”. Hij neemt de positie van God in. Hij stelt zich in de plaats van God en daarmee ook in de plaats van Christus. Christus is trouwens wel echt een mens, maar in Hem “woont al de volheid der Godheid lichamelijk” (Kolossensen 2 : 9) en die mens Jezus Christus is “het beeld Gods”. (2 Korinthe 4 : 4) Er is niets en niemand hoger dan Christus. Hij heeft een Naam “welke boven allen naam is”. (Filippenzen 2 : 9) Hij is uitermate verhoogd. De antichrist zal beweren dit ook allemaal te zijn; hij presenteert zich als de openbaring der godheid.

Het moeilijke van 2 Thessalonicenzen 2 : 4 is, dat er staat dat de antichrist in de tempel Gods zal zitten. Daaruit concludeert men dat er al in de zeventigste week van Daniël een tempel in Jeruzalem zal zijn waarin de antichrist zit. Dit is de enige tekst waaruit je dat zou kunnen afleiden. Maar het is hoogst twijfelachtig, omdat vele Schriftplaatsen de conclusie wettigen dat er in de hele zeventigste week geen tempel zal staan in Jeruzalem.

De gedachte is dat als God al iets bewoont op aarde, dat per definitie een tempel is. Die plaats neemt de antichrist nu in. Maar Jeruzalem is niet de belangrijkste plaats voor de antichrist, onder andere omdat Jeruzalem aan het eind van de zeventigste week verwoest zal worden. De antichrist zal een plaats innemen in Babel. De term “tempel Gods” kan als een vrije vertaling van het woord “Babel” gezien worden. “Babel” wordt via het Hebreeuws vertaald met “verwarring”. En verwarring ontstaat door de leugen. Maar vanuit het Aramees wordt “Babel” opgevat als “Bab-El”. “El” betekent “God” of “van God”. “Bab” wordt in smalle zin vertaald met “poort”. In bredere zin is een poort de plaats van waaruit heerschappij uitgeoefend wordt. Zo betekent het Hebreeuwse woord voor “poort” ook “heerschappij”. Kortom: “Bab-El” kan met goed recht met “poort Gods” en daarna met “paleis Gods” vertaald worden. Maar God woont niet in een paleis, maar in een tempel. “Tempel Gods” is dus een vrije vertaling van de naam “Babel”.

6  En nu, wat hem wederhoudt, weet gij, opdat hij geopenbaard worde te zijner eigen tijd.
7 Want de verborgenheid der ongerechtigheid wordt alrede gewrocht; alleenlijk, Die hem nu wederhoudt, Die zal hem wederhouden, totdat hij uit het midden zal weggedaan worden.
8 En alsdan zal de ongerechtige geopenbaard worden, denwelken de Heere verdoen zal door den Geest Zijns monds, en te niet maken door de verschijning Zijner toekomst; 2 Thessalonicenzen 2 : 6-8

Hier staat dat de antichrist wederhouden wordt. De Gemeente is de wederhouder.  Dat betekent dat de antichrist pas geopenbaard zal worden als de Gemeente is weggenomen. Hoezo is de Gemeente de wederhouder? We zijn toch niet actief bezig de nederwerping van de duivel tegen te houden of de openbaring van de antichrist? Er staat nergens dat dit de taak van de Gemeente is. Wel staat er dat de aanwezigheid van de Gemeente het eenvoudig onmogelijk maakt dat satan hier op aarde geworpen wordt. De Bijbel leert dat voordat de duivel op aarde geworpen wordt, eerst de Gemeente wordt opgenomen. Dus zolang de Gemeente hier is, kan hij niet geopenbaard worden. Gewoon omdat de Bijbel dat zegt. Daarom zijn wij de wederhouder. Een soortgelijke situatie vinden we in Handelingen. In hoofdstuk 2 zegt Petrus over de Here Jezus dat de dood Hem niet kon houden. Waarom niet? Omdat de Heer te sterk was voor de dood? Nee, omdat David voorzegd had dat de Here Jezus opgewekt zou worden uit de dood. Het moest precies zo gebeuren, omdat het zo aangekondigd was. Het lag reeds vast in het profetisch woord.

9 Hem, zeg ik, wiens toekomst is naar de werking des satans, in alle kracht, en tekenen, en wonderen der leugen;
10 En in alle verleiding der onrechtvaardigheid in degenen, die verloren gaan; daarvoor dat zij de liefde der waarheid niet aangenomen hebben, om zalig te worden.
11 En daarom zal God hun zenden een kracht der dwaling, dat zij de leugen zouden geloven;
12 Opdat zij allen veroordeeld worden, die de waarheid niet geloofd hebben, maar een welbehagen hebben gehad in de ongerechtigheid. 2 Thessalonicenzen 2 : 9-12

In vers 9 staat dat de toekomst van de mens der wetteloosheid naar de werking des satans is. Dat is logisch, want hij is immers de satan. Ook in Openbaring 13 staat dat de antichrist grote tekenen doet en degenen die op de aarde wonen verleidt door tekenen en wonderen der leugen. Hij is de leugenaar van den beginne; dat is de werking van satan. 2 Thessalonicenzen 2 : 10-12 zegt dat mensen die de waarheid niet zoeken, de Heer ook niet vinden. Mensen die de waarheid wél zoeken, vinden de Heer, Die de waarheid is. Hij is het Woord en het Woord is de waarheid. Mensen die de Heer afwijzen, vinden alleen maar de leugen en daarom zal God hen een kracht der dwaling zenden zodat zij de leugen geloven. Die “kracht der dwaling” is de duivel. De duivel is namelijk een kracht, zoals elk mens dat is, maar op een ander niveau. De duivel is een kracht en de vader van de leugen.

Het beeld

zeggende tot degenen, die op de aarde wonen, dat zij het beest, dat de wond des zwaards had, en weder leefde, een beeld zouden maken. Openbaring 13 : 14b

Er zal een beeld opgericht worden in het antichristelijke rijk. Het is gewijd aan het eerste beest, maar ontstaat op initiatief van het tweede beest. Zoals aangetoond bestaat er in de praktijk nauwelijks verschil tussen die twee beesten, want het is één en hetzelfde rijk. Het beeld is uiteraard een afgodsbeeld. Zo’n beeld komen we ook in Daniël tegen. Eerst in Daniël 2, in Nebukadnezars droom over het beeld dat begon met een gouden hoofd en uitliep in tien tenen. Het beeld is daar de uitbeelding van de wereldrijken. Daarna vinden we een ander beeld in Daniël 3. Hier is het een letterlijk beeld gewijd aan Nebukadnezar, de koning van dat rijk. Iedereen moest voor dat beeld knielen. Wie dat niet deed, werd in de vurige oven geworpen. Dit beeld is net zo goed profetisch. Het is nog steeds de verwijzing naar de wereldrijken. In de eindtijd zal er weer een letterlijk beeld worden opgericht. In Matthéüs 24 wordt dit beeld “gruwel der verwoesting” genoemd.

Wanneer gij dan zult zien den gruwel der verwoesting, waarvan gesproken is door Daniel, de profeet, staande in de heilige plaats; (die het leest, die merke daarop!) Matthéüs 24 : 15

Het beeld van Matthéüs 24 zal in Jeruzalem staan. Maar in Daniël 2 lezen we dat het beeld in Babel staat en in Daniël 3 staat het beeld eveneens in Babel. Waar zal dat beeld nu staan? In Jeruzalem of in Babel? Die vragen zijn makkelijk te beantwoorden. In de zeventigste week wordt het beeld eerst in Jeruzalem opgericht. Daarna wordt binnen 3,5 jaar de Joodse staat en Jeruzalem verwoest. Vervolgens zal het grote antichristelijke rijk ontstaan in het MiddenOosten en de antichrist zal zijn domicilie kiezen in Babel. Daar zal ook zijn beeld worden opgericht. Later zal zo’n beeld ook in alle grote steden ter wereld worden opgericht. Een stad is een sterkte, een vesting. Daarom wordt de antichrist in Daniël 11 “de god der sterkten”, “de vestinggod”, “de god Maüzzim” genoemd.

38 En hij zal den god Maüzzim in zijn standplaats eren; namelijk den god, welken zijn vaders niet gekend hebben, zal hij eren met goud, en met zilver, en met kostelijk gesteente, en met gewenste dingen.
39 En hij zal de vastigheden der sterkten maken met den vreemden god; dengenen, die hij kennen zal, zal hij de eer vermenigvuldigen, en hij zal ze doen heersen over velen, en hij zal het land uitdelen om prijs. Daniël 11 : 38, 39

Er zijn vandaag de dag al ontwerpen en beschrijvingen te zien van zo’n beeld dat opgericht zal worden en gewijd zal zijn aan de Maitreya.  Als dit bouwwerk lukt, wil men in alle grote steden ter wereld zo’n beeld oprichten. Jeruzalem zal wel de eerste stad zijn waar dit gebeurt. Waarschijnlijk zal het beeld daar wat kleiner zijn. Daarna wordt er een groter beeld in Babel gebouwd. In Daniël 9 : 27 heet het “de gruwelijke vleugel”. Een beeld, een gruwel of een vleugel is onder alle omstandigheden steeds de aanduiding van afgoderij in de vorm van een afgodsbeeld. Een “vleugel” biedt bescherming vanuit de geestelijke wereld. De gruwelijke vleugel leidt tot verwoesting. Dat komt tot uitdrukking in de term “gruwel der verwoesting”.

En hetzelve werd macht gegeven om het beeld van het beest een geest te geven, opdat het beeld van het beest ook zou spreken, en maken, dat allen, die het beeld van het beest niet zouden aanbidden, gedood zouden worden. Openbaring 13 : 15

Het is van oudsher bekend dat beelden kunnen spreken. Wij in het Westen geloven deze dingen vaak niet en zeggen dat dat bijgeloof is. Maar demonen kunnen zich nestelen in menselijke gedaanten, ook in beelden van steen of ander materiaal. Als demonen zich kenbaar maken, spreken ze. Dat is in onze dagen ook zo. Verder zou je kunnen zeggen dat er via een beeld iets bekend gemaakt wordt. Vanuit het beeld van het beest wordt iets onderwezen aan de mensen. Er wordt een leer gepredikt. Uit zo’n beeld, gebouw of communicatiecentrum wordt gesproken en het is natuurlijk de draak die spreekt en onderwijs geeft. Vanuit het centrum van dit laatste wereldrijk en meer specifiek vanuit dit beeld gaat dus woord uit.

Ieder mens zal het beeld van het beest moeten aanbidden. Wie dat niet doet, zal gedood worden. Dit komt in hoge mate overeen met Daniël 3 : 6. Daar werd ook een afgodsbeeld opgericht. Wie niet knielde voor het beeld, werd gedood. Dit beeld was zestig el hoog en zes el breed. “Zes” is het getal van de mens. Daarover later meer.

Het merkteken van de antichrist

En het maakt, dat het aan allen, kleinen en groten, en rijken en armen, en vrijen en dienstknechten, een merkteken geve aan hun rechterhand of aan hun voorhoofden; Openbaring 13 : 16

In de toekomst is verzegeling kennelijk belangrijk. Aan de ene kant is er de verzegeling van de 144.000 aan hun voorhoofden. (Openbaring 7 : 3; Openbaring 14 : 1) Zij hebben het teken van de Here Jezus. Aan de andere kant is er een merkteken dat alle ongelovigen en aanhangers van het beest krijgen. Of dat nu een ingespoten chip of een stip is zoals bij de Hindoes doet niet ter zake. De mensen krijgen een merkteken aan hun rechterhand of voorhoofd als teken dat ze erbij horen en achter de antichrist staan.

En dat niemand mag kopen of verkopen, dan die dat merkteken heeft, of den naam van het beest, of het getal zijns naams. Openbaring 13 : 17

Alleen als men het teken heeft, kan men deelnemen aan de samenleving. Als men het teken niet heeft en niet knielt voor dat beeld, wordt men uitgesloten van de samenleving en het economisch verkeer. Er staat een grote druk op de mensen en velen zullen zich aansluiten bij het beest. Dus niemand mag kopen of verkopen als hij:

  1. Het merkteken niet heeft
  2. De naam van het beest niet heeft
  3. Het getal van zijn naam niet heeft

Deze drie mogelijkheden kunnen heel goed als één beschouwd worden. Het teken is de naam van het beest. In de klassieke talen hebben alle letters ook een getalswaarde. In dit vers staat dus feitelijk dat de naam van het beest wordt uitgedrukt in een getal. Dit woord “getal” betekent eigenlijk “aantal”, in de zin van het resultaat van een optelsom. Het gaat dus om de optelsom van de getalswaarde van iedere letter van de naam van het beest.

De getallen 6 en 666

Hier is de wijsheid: die het verstand heeft, rekene het getal van het beest; want het is een getal eens mensen, en zijn getal is zeshonderd zes en zestig. Openbaring 13 : 18

Heel veel volken en religies verwachten de spoedige komst van een verlosser. Zo verwachten de Moslims de komst van de “Imam Mahdi” en de Hindoes verwachten Kalki Avatar of Krishna. Ook in het boeddhisme bestaat de lering dat er binnenkort een verlosser zal komen. Dit zal een nieuwe boeddha zijn, die groter is dan de vorige vier boeddha’s. De naam van die hoogste boeddha werd al eeuwen geleden vastgelegd: “Maitreya”. Dat is geen nieuwe naam of een nieuwe beweging. Hij bestaat al sinds de eerste boeddha, die “Gautama” heette. In boeddhistische kringen en bij Share International  wordt de Maitreya als de komende verlosser aangekondigd en het zal blijken dat hij inderdaad de antichrist zal zijn.

Deze vaste naam “Maitreya” is in diverse talen vastgelegd en heeft een voorgeschreven spelling. Als men wil weten hoe “Maitreya” in het Ivriet (hedendaags Hebreeuws) geschreven wordt, dan moet men de naam opzoeken in een modern Hebreeuws woordenboek. We kijken hoe “Maitreya” geschreven wordt en noteren de getalswaarden voor de letters van die naam. In het Ivriet wordt de naam “Maitreya” als volgt gespeld:

mem 40
jod 10
thaf 400
resh 200
jod 10
alef 1
he 5

Vervolgens doen we wat Openbaring 13 : 18 zegt: het getal van het beest berekenen. Als men de getalswaarde van de desbetreffende letters bij elkaar optelt, krijgt men als eindresultaat het getal 666. Dit is niet ver gezocht of iets wat kloppend is gemaakt. Iedereen kan het controleren met een modern Hebreeuws woordenboek. In het verleden heeft men verschillende personen voor de antichrist uitgemaakt en vervolgens geprobeerd om hun namen kloppend te krijgen met het getal 666. Dat is met de naam “Maitreya” niet het geval.

Bovendien moet erop gewezen worden, dat het getal “zes” niet het getal is van de antichrist. Het is het getal van de mens, beter nog: een menselijk getal. Daarom werd de mens op de zesde dag geschapen. (Genesis 1 : 26-31) Het getal komt in verband met de mens vaker voor in de Bijbel, zoals bijvoorbeeld bij de reus Goliath die een type is van het laatste wereldrijk en de machthebbers daarvan. Deze Filistijn was zes el en een span. Dat wil zeggen: een mens, maar net iets meer dan een mens. Verder had hij een zesdelige wapenrusting en woog zijn speer zeshonderd sikkels. Ook het getal 666 is niet primair het getal van de antichrist, maar van Christus. 666 is de mens op een hoger niveau. Verder is 666 het driehoeksgetal van 62. 62 is 36 en het driehoeksgetal van 36 is: 36 + 35 + 34 + […] + 3 + 2 + 1.

Het getal 666 wordt in de Bijbel vier keer vermeld. We vinden het hier in Openbaring 13. Ook wordt het getal in de twee identieke verzen 1 Koningen 10 : 14 en 2 Kronieken 9 : 13 vermeld.

Het gewicht nu van het goud, dat voor Salomo op een jaar inkwam was zeshonderd zes en zestig talenten gouds; 1 Koningen 10 : 14 /2 Kronieken 9 : 13

Het gaat over 666 talenten goud als jaarinkomen van koning Salomo. Salomo is niet een type van de antichrist, maar van Christus. Bovendien vinden we het getal 666 nog in Ezra 2:

De kinderen van Adonikam, zeshonderd zes en zestig. Ezra 2 : 13

Hier keren 666 zonen van Adonikam terug uit Babel. Zij zijn een uitbeelding van het gelovig overblijfsel van Israël dat toekomt aan de Zoon des mensen. Dus is het ook bij deze gelegenheid weer 666.

Het teken van de Zoon des mensen zoals het in Matthéüs 24 genoemd wordt, is niet het kruis, maar mijns inziens de zespuntige davidster.  De davidster is het teken en het zegel van Salomo. Het getal “zes” is het teken van de mens, het teken van Adam en van al zijn erfgenamen. Het is een soort familiewapen, het teken van de familienaam. De davidster is een “zes”, maar dan grafisch uitgebeeld.  Het is een regelmatige zeshoek, een regelmatige zespuntige ster. Als de antichrist komt, geeft hij zich uit voor de Christus en steelt dus ook dit getal “zes”. Hij doet dit natuurlijk voor andere doeleinden. Maar als men in de Bijbel een “zes” tegenkomt, is het niet de antichrist, maar Christus, de Zoon des mensen.

Het getal “zes” komt overeen met de letter “waw” (). “Waw” betekent “haak” en daar lijkt de letter “waw” ook inderdaad op. Een haak brengt verbinding, haakt twee dingen aan elkaar. Zo zijn er bijvoorbeeld in de tabernakel de verschillende dekkleden die met gouden haakjes en striklisjes met elkaar verbonden waren. De achterliggende gedachte is dat de mens die God op het oog had verbinding zou brengen. De mens die dat zou doen bleek niet de eerste Adam te zijn, maar de laatste. Christus is die “zes”. Hij brengt de verbinding tussen hemel en aarde. Maar de duivel zal in Zijn plaats gaan staan. Met uitgebreide filosofieën suggereert hij dat hij de verbinding brengt tussen de stoffelijke en geestelijke wereld. Hij maakt zich de “zes” eigen.

In Openbaring 13 hebben we van doen met de totstandkoming van het laatste wereldrijk. Door de 3,5 jaar van verdrukking en de prediking van de boodschap in de tweede helft van de zeventigste week zal Israël tot bekering komen. Aan het eind van de zeventigste week zal de Here Jezus op de Olijfberg verschijnen. Voor het Joodse volk is de grote verdrukking dan afgelopen, maar voor de volkeren breekt de verdrukking dan pas goed los. In die periode van 33 jaar zullen de 144.000 het evangelie aan de volkeren verkondigen. Zo heb je aan de ene kant de prediking van het evangelie en de openbaring van het Koninkrijk van Christus, terwijl je aan de andere kant de prediking van het woord van de tegenstander en dus de oprichting en openbaring van het rijk van Babel hebt. Voor het oog van de wereld wordt dat antichristelijke rijk gebouwd met Babel als hoofdstad. Heel de menselijke, religieuze samenleving zal dan beheerst worden door de lichamelijke duivel. Het vervolg daarop is de strijd tussen die beiden rijken die verborgen waren in onze dagen, maar in de toekomst geopenbaard zullen worden. Die twee rijken moeten het samen uitvechten. (Openbaring 19 : 11-19)

Het resultaat van de prediking van de 144.000 blijkt aan het eind van de 33 jaar: een grote schare die niemand tellen kan. (Openbaring 19 : 6) Die schare is het gelovig overblijfsel die aan de Koning, de echte Christus is onderworpen. Ze maakt deel uit van het Koninkrijk van Christus en gaat de duizend jaren binnen. Alle ongelovigen komen om in de verdrukking. Aan het begin van de 1000 jaar zijn er alleen maar gelovigen op aarde. De 1000 jaar is tevens de periode waarin satan gebonden zal zijn. (zie schema “eindtijd”,)

1 En ik zag een engel afkomen uit den hemel, hebbende den sleutel des afgronds, en een grote keten in zijn hand;
2 En hij greep den draak, den oude slang, welke is de duivel en satanas, en bond hem duizend jaren;
3 En wierp hem in den afgrond, en sloot hem daarin, en verzegelde dien boven hem, opdat hij de volken niet meer verleiden zou, totdat de duizend jaren zouden geëindigd zijn. En daarna moet hij een kleinen tijd ontbonden worden. Openbaring 20 : 1-3

Wanneer de 1000 jaar om zullen zijn zal de satan nog een kleine tijd worden ontbonden en losgelaten. Hoelang die tijd duurt wordt in de Bijbel niet vermeld. Als satan is losgelaten zal hij voor de laatste keer de volkeren verleiden. Diegenen die tijdens de duizend jaren geboren zijn en niet tot geloof gekomen zijn, zullen zich achter de satan scharen. Zij komen dus in opstand tegen de Koning, de Here Jezus Christus, en zullen opnieuw tegen Hem strijden. Een volk dat hierin een speciale rol zal vervullen is “Gog en Magog”, oftewel Rusland. Zij zullen een leidinggevende rol spelen bij deze laatste eindstrijd. (Ezechiël 38) Maar God zal uiteindelijk ingrijpen. “En zij zijn opgekomen op de breedte der aarde, en omringden de legerplaats der heiligen, en de geliefde stad; en er kwam vuur neder van God uit den hemel, en heeft hen verslonden.” (Openbaring 20 : 9)

En het beest werd gegrepen, en met hetzelve de valse profeet, die de tekenen in de tegenwoordigheid van hetzelve gedaan had, door welke hij verleid had, die het merkteken van het beest ontvangen hadden, en die deszelfs beeld aanbaden. Deze twee zijn levend geworpen in den poel des vuurs, die met sulfer brandt. Openbaring 19 : 20

De twee beesten worden uiteindelijk vernietigd “door den Geest Zijns monds”. (2 Thessalonicenzen 2 : 8) Ze worden in de poel des vuurs geworpen. Wanneer satan zijn definitieve oordeel heeft ondergaan zal het eindoordeel voor de grote witte troon plaatsvinden. Alle ongelovigen, die om die reden niet in het “boek des levens” staan, zullen ook in de poel des vuurs geworpen worden.

Aan het eind zal de oude schepping (de oude aarde en de oude hemelen) verdwijnen en er zal een Nieuwe Schepping voor in de plaats komen. De gelovigen zullen voor eeuwig op de nieuwe aarde leven.

Het eeuwige Koninkrijk van de Here Jezus Christus, dat bij Zijn opstanding begon, zal zich voortzetten in de Nieuwe Schepping. Het Koninkrijk van Christus zal zich dus uiteindelijk over de gehele met God verzoende schepping uitstrekken. God is dan “alles en in allen”. (1 Korinthe 15 : 28)

Amen


Schema “eindtijd”

SCHEMA EINDTIJD

 


Rechtermuisknop:
Opslaan als …

https://www.bijbelspanorama.nl/wp-content/uploads/2018/02/BP-Broch-14-satan-1000-jaar-gebonden.pdf


  1. 
     Gerelateerde bijbelezingen o.a.:
    * Van tijden en gelegenheden
    * De dagen van Noach en de wederkomst
    * Tussen de 70ste week en 1000-jarig rijk
    * Profetisch Panorama
    * Wat verwachten wij nog?
    * De Gemeente en de Duizend jaren
    
    
    
    * Profetisch Panorama
    * 7+33
    * Gods programma
    * De opname van de gemeente
    
    Bijbelstudies door: Ab Klein Haneveld
    
    Dit is een bewerking van de Brochure "De twee beesten uit Openbaring 13" 
    Deze is op schrift verkrijgbaar bij https://www.vlichthus.nl