DE BEKERING VAN ISRAËL


InleidingHet verloren volkGeen aanneming des persoonsGod verkiest een volkDe zaligheid naar de heidenenEen plan voor Israël.  De wederkomst van Christus.  De grote verdrukkingIsraël verzameldZijn Stem gehoorzamen.


Inleiding

1 Voorts zal het geschieden, wanneer al deze dingen over u zullen gekomen zijn, deze zegen of deze vloek die ik u voorgesteld heb; zo zult gij het weder ter harte nemen, onder alle volken, waarheen u de HEERE, uw God, gedreven heeft;
2 En gij zult u bekeren tot den HEERE, uw God, en Zijner stem gehoorzaam zijn, naar alles, wat ik u heden gebiede, gij en uw kinderen, met uw ganse hart en met uw ganse ziel.
3 En de HEERE, uw God, zal uw gevangenis wenden, en Zich uwer ontfermen; en Hij zal wederkeren en u vergaderen uit al de volken, waarheen u de HEERE, uw God, verstrooid had.
4 Al waren uw verdrevenen aan het einde des hemels, van daar zal u de HEERE, uw God, vergaderen, en van daar zal Hij u nemen.
5  En de HEERE, uw God, zal u brengen in het land dat uw vaderen erfelijk bezeten hebben, en gij zult dat erfelijk bezitten; en Hij zal u weldoen, en zal u vermenigvuldigen boven uw vaderen.
6 En de HEERE, uw God, zal uw hart besnijden, en het hart van uw zaad, om den HEERE, uw God, lief te hebben met uw ganse hart en met uw ganse ziel, opdat gij levet.
7 En de HEERE, uw God, zal al die vloeken leggen op uw vijanden en op uw haters die u vervolgd hebben.
8 Gij dan zult u bekeren, en der stemme des HEEREN gehoorzaam zijn, en gij zult doen al Zijn geboden die ik u heden gebiede. Deuteronomium 30 : 1-8

11 Want ditzelve gebod, hetwelk ik u heden gebiede dat is van u niet verborgen, en dat is niet verre.
12 Het is niet in den hemel, om te zeggen: Wie zal voor ons ten hemel varen dat hij het voor ons hale, en ons hetzelve horen late dat wij het doen?
13 Het is ook niet op gene zijde der zee, om te zeggen: Wie zal voor ons overvaren aan gene zijde der zee dat hij het voor ons hale, en ons hetzelve horen late dat wij het doen?
14 Want dit woord is zeer nabij u, in uw mond, en in uw hart, om dat te doen. Deuteronomium 30 : 11-14

In dit gedeelte vinden we een profetie die betrekking heeft op de toekomst van het volk Israël. In Deuteronomium 30 wordt – in niet mis te verstane bewoordingen – over de toekomst van het volk Israël gesproken. De toekomst voor het volk, dat Hij Zichzelf verkozen heeft, is vastgelegd in Gods plan. De profetie van Deuteronomium 30 is uiteraard in overeenstemming met het plan dat God Zelf gemaakt heeft. Het past ons niet daar kritiek op te hebben of om te zeggen dat God dat plan maar moet veranderen omdat we nu leven “na Auschwitz”, zoals dat in de christelijke theologie plechtig heet.

De Bijbelse waarheden die we in Deuteronomium 30 tegenkomen hebben niets met Auschwitz te maken. Ze staan er volkomen los van en worden er ook niet door beïnvloed. De Bijbel verklaart Zichzelf. Wat er ook gebeurt in de historie van de kerk, de wereld, of het volk Israël, het verandert niets aan het onvergankelijke Woord van God. We hebben in Deuteronomium 30 een Woord voor ons dat inmiddels zo’n drieduizend jaar oud is. Er zal echter geen tittel of jota van vergaan. Het blijft wáár wat Matthéüs 5 : 18 zegt:

Want voorwaar zeg Ik u: Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet een jota noch een tittel van de wet voorbijgaan, totdat het alles zal zijn geschied. Matthéüs 5 : 18 

Dit gedeelte in Deuteronomium 30 staat uiteraard niet op zichzelf. Het is min of meer het slot van enige hoofdstukken waarin de HEERE Zelf spreekt over de toekomst van het volk dat Hij Zich zojuist ten eigendom verkoren had. Daarmee hebben we gelijk één van de kenmerken van het volk Israël genoemd. Het volk Israël is uitverkoren voor Zijn Naam om het Woord van God en de zaligheid te beheren en die vervolgens uit te dragen onder de volkeren.

Het verloren volk

Hopelijk weten we allemaal dat Israël Gods heilsorgaan was en zal zijn in deze wereld. Dat wil zeggen: Gods werk in deze wereld gebeurt via het volk dat Hij daartoe verkoren heeft. Er kan geen twijfel over bestaan dat Israël dit uitverkoren volk is. (Jesaja 43 : 20)

Enkele voorbeelden:

8 Maar gij, Israël, Mijn knecht! gij Jakob dien Ik verkoren heb! het zaad van Abraham, Mijn liefhebber!
9 Gij, welken Ik gegrepen heb van de einden der aarde, en uit haar bijzonderste geroepen heb; en zeide tot u: Gij zijt Mijn knecht; u heb Ik uitverkoren, en heb u niet verworpen. Jesaja 41 : 8, 9

En Ik zal zaad uit Jakob voortbrengen, en uit Juda een erfbezitter van Mijn bergen; en Mijn uitverkorenen zullen het erfelijk bezitten, en Mijn knechten zullen aldaar wonen. Jesaja 65 : 9

Alzo voerde Hij Zijn volk uit met vrolijkheid, Zijn uitverkorenen met gejuich. Psalmen 105 : 43

En Hij zal Zijn engelen uitzenden met een bazuin van groot geluid, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeenvergaderen uit de vier winden, van het ene uiterste der hemelen tot het andere uiterste derzelve. Matthéüs 24 : 31

Geen aanneming des persoons

Evenmin kan er twijfel over bestaan over het feit dat de Bijbel nadrukkelijk leert dat er bij God geen aanneming des persoons is. Enkele voorbeelden:

Nu dan, de verschrikking des HEEREN zij op ulieden; neemt waar, en doet het; want bij den HEERE, onzen God, is geen onrecht, noch aanneming van personen, noch ontvanging van geschenken. 2 Kronieken 19 : 7

Maar die onrecht doet die zal het onrecht dragen dat hij gedaan heeft; en er is geen aanneming des persoons. Kolossenzen 3 : 25

Het feit dat er geen aanneming des persoons is wordt minstens zo vaak herhaald als het feit dat Israël het uitverkoren volk is. Er is sprake van uitverkiezing: God verkoos Zich een volk. De Schrift leert echter nergens dat er bij God aanneming des persoons is. God verkiest weliswaar mensen, maar alléén omdat ze gelovigen zijn. God verkiest namelijk geloof! God verkoos Abram – een heiden – uit Ur der Chaldeën. Dit gebeurde niet vanwege zijn afkomst, maar slechts op grond van zijn geloof. Abraham was een gelovige en daarom verkoos God hem.

Door het geloof is Abraham, geroepen zijnde, gehoorzaam geweest, om uit te gaan naar de plaats die hij tot een erfdeel ontvangen zou; en hij is uitgegaan, niet wetende, waar hij komen zou. Hebreeën 11 : 8

Want wat zegt de Schrift? En Abraham geloofde God, en het is hem gerekend tot rechtvaardigheid. Romeinen 4 : 3

En hij geloofde in den HEERE; en Hij rekende het hem tot gerechtigheid. Genesis 15 : 16

Er is bij God géén aanneming des persoons, maar God neemt geloof aan. De zaligheid Gods, de rechtvaardigheid Gods, komt tot allen en over allen die geloven.

Namelijk de rechtvaardigheid Gods door het geloof van Jezus Christus, tot allen, en over allen die geloven; want er is geen onderscheid. Romeinen 3 : 22

De rechtvaardigheid Gods komt niet tot allen en over allen die van Abraham afstammen, maar de rechtvaardigheid Gods komt tot allen en over allen die gelóven.

16 Want ik schaam mij des Evangelies van Christus niet; want het is een kracht Gods tot zaligheid een ieder die gelooft, eerst den Jood, en ook den Griek.
17 Want de rechtvaardigheid Gods wordt in hetzelve geopenbaard uit geloof tot geloof; gelijk geschreven is: Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven. Romeinen 1 : 16, 17

God verkiest een volk

God verkiest Zich weliswaar een volk, maar dat betekent niet dat elk individueel lid van dat volk uitverkoren is. De (uit)verkiezing van de persoonlijke mens is namelijk op grond van zijn/ haar geloof. Wij moeten leren dat God er – volgens Zijn Woord – een administratie op nahoudt in verband met het individu, de persoonlijke mens. Daarbij gaat het erom of een mens zich tijdens zijn leven onderwerpt aan de wil van zijn Schepper. De Bijbel leert dat ieder mens die ooit geleefd heeft, uiteindelijk verantwoording van zijn leven zal moeten afleggen tegenover God. (vergelijk Openbaring 20 : 11-15; 22 : 12) Het gaat daarbij om individuele aangelegenheden. Het gaat erom wat de mens individueel, als persoon, gedaan heeft. Van belang is hoe hij heeft geleefd en hoe hij tegenover zijn Schepper heeft gestaan.

11 Want er is geschreven: Ik leef, zegt de Heere; voor Mij zal alle knie zich buigen, en alle tong zal God belijden.
12 Zo dan een ieder van ons zal voor zichzelven Gode rekenschap geven. Romeinen 14 : 11, 12

Daarnaast handelt God echter ook met hele volkeren. Het was God Zelf die de mensheid – ten tijde van Noach – in volkeren verdeelde. Hij deed het zelfs met geweld. De spraakverwarring van Babel was mede een instrument in Gods hand om de mensheid in volkeren te verdelen. De mensheid zelf gaf er de voorkeur aan verenigd te blijven.

6 En de HEERE zeide: Ziet, zij zijn enerlei volk, en hebben allen enerlei spraak; en dit is het dat zij beginnen te maken; maar nu, zoude hun niet afgesneden worden al wat zij bedacht hebben te maken?
7 Kom aan, laat Ons nedervaren, en laat Ons hun spraak aldaar verwarren, opdat ieder de spraak zijns naasten niet hore. 
8 Alzo verstrooide hen de HEERE van daar over de ganse aarde; en zij hielden op de stad te bouwen.
9 Daarom noemde men haar naam Babel; want aldaar verwarde de HEERE de spraak der ganse aarde, en van daar verstrooide hen de HEERE over de ganse aarde. Genesis 11 : 6-9

God verdeelde bij deze gelegenheid de mensheid in volkeren. Ook daarna is nog sprake van het ontstaan van enige andere volken, namelijk uit Abraham en zijn familie (met name Lot). De Bijbel spreekt primair echter over het volk Israël dat is voortgekomen uit Abraham, Izak en Jakob. God houdt niet alleen een administratie bij met betrekking tot de individuele mens, maar ook ten aanzien van de volkeren die Hij tot stand gebracht heeft. Die twee dingen staan los van elkaar en hebben in feite niets met elkaar te maken. De Bijbel leert dat ooit heel Israël zalig zal worden. Dit wil niet zeggen dat de Bijbel daarmee leert dat elke Israëliet zalig zal worden.

En alzo zal geheel Israël zalig worden; gelijk geschreven is: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob. Romeinen 11 : 26 

De Bijbel leert dat alléén gelovigen zalig worden; ongeacht het feit of ze een heiden of een Israëliet zijn. Het evangelie – de boodschap van de rechtvaardigheid die er is in Christus – (Romeinen 3 : 22)  is een kracht Gods tot zaligheid, voor een ieder die gelooft. (Romeinen 1 : 16) Gods verkiezing van een volk brengt deze zaligheid niet tot stand. Daarbij moeten we niet vergeten dat wij op het moment van overlijden ophouden Nederlander te zijn. Welke rol Nederland ook speelt in de wereld heeft op dat moment voor ons geen enkele betekenis meer, want wij zijn overleden. Wanneer wij overlijden worden we uitgeschreven uit het bevolkingsregister. We maken dan geen deel meer uit van het Nederlandse volk.

Volkeren bestaan namelijk – ook volgens de Schrift – uit levende mensen. De Bijbel leert dat ooit héél Israël zal zalig worden. (Romeinen 11 : 26) Dit betekent alléén dat er een tijd zal komen dat elk individueel lid van het volk Israël een gelovige zal zijn. Elke dán levende Israëliet zal tot geloof gekomen zijn! Dat blijkt ook uit het citaat dat de apostel Paulus in Romeinen 11 : 26 aanhaalt. Hij citeert Jesaja 59 : 20.

En er zal een Verlosser tot Sion komen, namelijk voor hen, die zich bekeren van de overtreding in Jakob, spreekt de HEERE. Jesaja 59 : 20 20 

Degenen die zich bekeren zullen zalig worden. Dit betekent dat er een tijd komt dat elke ongelovige Israëliet zal zijn gestorven. Deze waarheid geldt ook voor elk heidens volk, want er is geen onderscheid. Als het Messiaanse rijk in de toekomst op aarde gevestigd wordt, is er op dat moment op de hele aarde geen ongelovige meer; geen ongelovige Israëliet en ook geen ongelovige heiden! Dat komt omdat het evangelie van het koninkrijk aan alle volkeren gepredikt zal zijn. (Matthéüs 24 : 14) Dit wil zeggen dat het Woord van God aan alle dán levende mensen is gebracht en deze óf tot geloof gekomen zijn óf in ongeloof zijn gestorven. (vergelijk 2 Thessalonicenzen 1 : 7-10)

40 Alsdan zullen er twee op den akker zijn, de een zal aangenomen (weggenomen), en de ander zal verlaten (gelaten) worden.
41 Er zullen twee vrouwen malen in den molen, de ene zal aangenomen (weg-  genomen), en de andere zal verlaten (gelaten) worden. Matthéüs 24 : 40, 41 

Deze verzen zullen in de toekomst vervuld worden. De Bijbel leert dus dat ooit heel Israël zalig zal worden. Dit betekent dat er dan geen ongelovigen meer onder Israël gevonden zullen worden. Dit wil echter niet zeggen dat elke Israëliet die ooit geleefd heeft dan zalig is. Integendeel! Daar moet nog bij vermeld worden dat de meeste Israëlieten, net als de meeste heidenen, op dat moment nog “rusten in het graf” (eventueel als beeldspraak op te vatten). Ze wachten op “de Jongste Dag”, om te verschijnen voor de grote witte troon. (Openbaring 20 : 11-15)

Ze rusten ook in het graf gedurende “de duizend jaar”, waarin Christus op aarde regeert; dit is de tijd waarin het Messiaanse rijk op aarde gevestigd is. Het is een Israëlitisch wereldrijk, waarbij van Jeruzalem de wet zal uitgaan. (Micha 4 : 2) De Israëlieten die echter vóór die tijd gestorven zijn wachten op “de Jongste Dag”, net als elke heiden. Zij hebben namelijk in een andere tijd en onder een andere bedeling geleefd. Het blijft waar dat elk mens in principe op “de Jongste Dag” voor die troon zal verschijnen. Er zijn wel uitzonderingen, maar daar gaat het nu niet om. We dienen nu onze ogen te openen voor het feit dat geen mens ooit behouden wordt zonder een persoonlijke bekering tot de Here Jezus als de Messias!

De zaligheid naar de heidenen

En de zaligheid is in geen Anderen; want er is ook onder den hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden. Handelingen 4 : 12

Dit werd gepredikt in Jeruzalem op de Pinksterdag, in een Joodse staat (aan Israël), namelijk aan orthodoxe Joden die de Schriften onderzochten en die zelfs een Messiaanse verwachting hadden. Ze geloofden dat ooit het Messiaanse rijk opgericht zou worden. Dit werd gepredikt aan hen die (nog) niet geloofden dat Jezus van Nazareth de lang beloofde Messias was. Als men Jezus van Nazareth als Messias afwijst, dan is men voor eeuwig verloren, want er is onder de hemel geen andere Naam gegeven, waardoor wij moeten behouden worden; óók niet na Auschwitz! Dit is de enige reden waarom wij – christenen die geloven in de Here Jezus als de Messias uit Israël – een schuld hebben aan het natuurlijke volk Israël. Dit is een schuld die niet gebaseerd is op de geschiedenis of op zoveel jaren/eeuwen Jodenvervolging. Ze is gebaseerd op het feit dat de zaligheid uit de Joden is.

Gijlieden aanbidt, wat gij niet weet; wij aanbidden, wat wij weten; want de zaligheid is uit de Joden. Johannes 4 : 22

De zaligheid is uit de Joden. Daarom prediken wij die zaligheid ook aan de Joden. Het boek Handelingen eindigt met de geschiedenis van de apostel Paulus. Paulus was zelf aanvankelijk een orthodoxe Jood, maar later een bekeerde Jood! Hij zegt in Handelingen 28 tot de orthodoxe rabbijnen.

Het zij u dan bekend dat de zaligheid Gods den heidenen gezonden is, en dezelve zullen horen. Handelingen 28 : 28

De zaligheid, die aan Israël gezonden was om het te prediken aan de overige volken, (= heidenen) werd van Israël afgenomen en werd aan de heidenen gegeven.

Zo zeg ik dan: Hebben zij gestruikeld, opdat zij vallen zouden? Dat zij verre; maar door hun val is de zaligheid den heidenen geworden, om hen tot jaloersheid te verwekken. Romeinen 11 : 11

Waarom gebeurde dit? Opdat die heidenen als vervulling van de Bijbelse profetie diezelfde zaligheid zouden prediken aan de Joden en hen zodoende tot jaloersheid te verwekken.

In de wet is geschreven: Ik zal door lieden van andere talen, en door andere lippen tot dit volk spreken, en ook alzo zullen zij Mij niet horen, zegt de Heere. 1 Korinthe 14 : 21

In Romeinen 9 tot 11 komt duidelijk naar voren dat de zaligheid eens aan Israël was toevertrouwd. Israël was echter ongehoorzaam en daarom werd de zaligheid aan de heidenen gezonden. (Handelingen 28 : 28) De heidenen hebben vervolgens de opdracht deze boodschap weer aan Israël te prediken.

30 Want gelijkerwijs ook gijlieden eertijds Gode ongehoorzaam geweest zijt, maar nu barmhartigheid verkregen hebt door dezer ongehoorzaamheid;
31  Alzo zijn ook dezen nu ongehoorzaam geweest, opdat ook zij door uw barmhartigheid zouden barmhartigheid verkrijgen. Romeinen 11 : 30, 31 

Paulus concludeert: Er ís in werkelijkheid geen verschil. (Romeinen 10 : 11-13) Het is slechts een kwestie van tijd. Er wás een tijd dat Israël het evangelie behoorde te prediken aan de heidenen. Er is nú een tijd, waarin de heidenen het evangelie behoren te prediken aan Israël. Dat heeft niets met de kerk- of wereldgeschiedenis te maken, noch met de laatste wereldoorlog. Het heeft uitsluitend te maken met het Woord van God en met Zijn plannen die Hij in dat Woord openbaart.

Een plan voor Israël

We hebben vandaag aan de dag te maken met geweldige gebeurtenissen die plaatsvinden in het Midden-Oosten (al sinds tientallen jaren). Deze gebeurtenissen hebben veel mensen – met name christenen – de ogen geopend voor het feit dat God blijkbaar een plan heeft met Israël.

Op zich is het tragisch dat wij zoiets uit de ontwikkeling van de geschiedenis moeten leren. Wij behoren dat namelijk reeds te weten vanuit het Woord van God! Bijbels gefundeerde literatuur, waarin deze dingen genoemd worden, stamt uit de eerste helft van de vorige eeuw. De christenen die toen de Schrift bestudeerden en over dit onderwerp publiceerden, kwamen tot de conclusie dat er weer een Joodse staat zou komen in Palestina. Ze betoogden dit aan de hand van Gods Woord. Ze schreven er niet over als zijnde iets nieuws, maar als zijnde een vanzelfsprekendheid. De Schrift leerde dat namelijk. Ze deden dat vaak met excuses erbij: “Sorry, wij weten ook niet hoe dat zou moeten gebeuren, maar de Schrift leert het”.

Daarbij werden precies de gebeurtenissen voorzegd die zich in onze tijd afspelen. Er werden uit de Schrift dezelfde conclusies getrokken als die vandaag de dag getrokken kunnen worden. Vandaag hebben we te maken met de vervulling van diezelfde profetieën. Hierbij dienen we ook te beseffen dat “de vervulling van de profetieën” niet hetzelfde is als “de vervulling van de beloften”. Over beide dingen heeft God met betrekking tot Israël gesproken, maar het zijn wel twee totaal verschillende dingen. We hebben aan de ene kant te maken met datgene waarvan God in Zijn Woord heeft voorzegd dat het gebeuren zou.

Aan de andere kant hebben we te maken met datgene wat God heeft beloofd te zullen doen. We vinden aan de ene kant in de Schrift dat God beloofd heeft Zijn volk weder te verzamelen naar Palestina. We hebben deze belofte ook gelezen in Deuteronomium 30! We hebben daarnaast ook Schriftgedeelten waaruit duidelijk een terugkeer (van een deel) van Israël naar Palestina valt af te leiden. Uit de context blijkt echter dat het een terugkeer zou zijn in ongeloof! Dat is profetie!

Deze terugkeer is niet naar de wil van God. Het is ook niet wat God doet, maar God heeft wel geprofeteerd wat gebeuren zou! Laten we elkaar goed begrijpen! De Schrift voorzegt dat er iemand zal komen die we de antichrist noemen. Deze zal alle volkeren verleiden en tot opstand brengen tegen God. Als die profetieën vervuld worden, is dat inderdaad de vervulling van het Woord van God. Het is echter géén reden om “Hallelujah” te roepen! Het mag de vervulling zijn van bepaalde profetieën uit Gods Woord, maar daarom is het nog niet naar de wil van God. Overeenkomstige waarheden gelden in verband met de gebeurtenissen vandaag de dag.

Natuurlijk is het wáár dat de Bijbel zegt dat een déél van Israël in ongeloof zou terugkeren naar het land! Daarom is het echter nog niet wat God doet. Het is wél vervulling van de profetie, maar het is niet wat God beloofd heeft tot stand te zullen brengen. Generaties terug werden deze dingen reeds in bepaalde boeken geleerd! Realiseert u zich wel dat pas de laatste jaren veel mensen de ogen zijn opengegaan voor het feit dat God nog een plan heeft met Israël. Omdat deze mensen altijd verblind zijn geweest, brengt dit het risico met zich mee dat deze mensen ineens doorslaan naar de andere kant en zeggen: “Wat geweldig dat God een plan heeft met Israël dat Hij nu aan het volvoeren is”. Dat staat immers nog ter discussie! Als we Deuteronomium 30 lezen is het duidelijk dat de HEERE beloofd heeft Israël te zullen terugverzamelen. Deze terugverzameling zou echter gebeuren ná hun bekering en niet daarvóór!

En gij zult u bekeren tot den HEERE, uw God, en Zijner stem gehoorzaam zijn, naar alles, wat ik u heden gebiede, gij en uw kinderen, met uw ganse hart en met uw ganse ziel. Deuteronomium 30 : 2

Hun terugverzameling is niet dezelfde gebeurtenis als hun bekering. Het is veeleer het gevolg van hun bekering. Bovendien zegt de Bijbel nadrukkelijk wáár Israël tot geloof zal komen. Toen de Here Jezus daar ooit in de synagoge over sprak, poogde men Hem prompt te doden. Alles wat de Here Jezus deed, was enige Schriftplaatsen uit het Oude Testament aanhalen.

25 Maar Ik zeg u in der waarheid: Er waren vele weduwen in Israël in de dagen van Elias, toen de hemel drie jaren en zes maanden gesloten was, zodat er grote hongersnood werd over het gehele land.
26 En tot geen van haar werd Elias gezonden, dan naar Sarepta Sidonis, tot een vrouw, die weduwe was. Lukas 4 : 25, 26 

Er waren vele weduwen in Israël, maar Elia werd gezonden naar een weduwe in het buitenland, want zij bleek een gelovige te zijn!

En er waren vele melaatsen in Israël, ten tijde van den profeet Elisa; en geen van hen werd gereinigd, dan Naäman, de Syriër. Lukas 4 : 27

Wederom een buitenlander als voorbeeld voor de orthodoxe Joden! Deze uitspraken waren voor de toehoorders in de synagoge aanleiding om de Here Jezus naar het leven te staan. Kunt u zich dat voorstellen? De waarheid die de Heer hen daar voorhield wordt ook elders in de Schrift genoemd.

Zo zegt de HEERE: Het volk der overgeblevenen van het zwaard heeft genade gevonden in de woestijn, namelijk Israël, als Ik henenging om hem tot rust te brengen. Jeremía 31 : 2

Het gaat over een restant van een volk, namelijk om degenen die het zwaard overleefd hebben en de oorlog doorstaan hebben. Zij hebben genade gevonden in de woestijn en niet in Palestina; niet in Kanaän, maar buiten het land en wel in de woestijn. Dit gedeelte sluit precies aan bij de brief aan de Hebreeën.

13 Zo laat ons dan tot Hem uitgaan buiten de legerplaats, Zijn smaadheid dragende.
14 Want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de toekomende. Hebreeën 13 : 13, 14 

Wij interpreteren zo’n Schriftplaats meestal als: “Laten wij – als gelovigen – uitgaan uit deze wereld”. Deze Schriftplaats uit Hebreeën 13 wordt gewoonlijk echter ook aangehaald om aan te tonen dat de brief aan de Hebreeën geschreven zou zijn vóór de verwoesting van Jeruzalem. Men zegt: “De legerplaats die daar genoemd wordt is duidelijk Jeruzalem”. De Here werd immers buiten Jeruzalem gekruisigd. De meest letterlijke interpretatie van Hebreeën 13 is inderdaad :  “Laat ons uitgaan buiten Jeruzalem, met Christus smaadheid dragende”, want de Here Jezus heeft buiten de stad Jeruzalem geleden.

Daarom heeft ook Jezus, opdat Hij door Zijn eigen bloed het volk zou heiligen, buiten de poort geleden. Hebreeën 13 : 12

De Here heeft beloofd, zoals we al gelezen hebben in Deuteronomium 30, dat Hij Israël zou verzamelen uit alle volkeren waarheen Hij hen Zelf verdreven had.

En de HEERE zeide: Alzo zullen de kinderen Israëls hun brood onrein eten onder de heidenen, waarhenen Ik hen verdrijven zal. Ezechiël 4 : 13

De HEERE zou hen terugbrengen naar het land.

11 Want het zal geschieden te dien dage dat, de Heere ten anderen male Zijn hand aanleggen zal om weder te verwerven het overblijfsel Zijns volks, hetwelk overgebleven zal zijn van Assyrië, en van Egypte, en van Pathros, en van Morenland, en van Elam, en van Sinear, en van Hamath, en van de eilanden der zee.
12 En Hij zal een banier oprichten onder de heidenen, en Hij zal de verdrevenen van Israël verzamelen, en de verstrooiden uit Juda vergaderen, van de vier eilanden des aardrijks. Jesaja 11 : 11, 12

De wederkomst van Christus

Zacharía 14 is een bekende profetie waarin over de wederkomst van Christus gesproken wordt. Hij is óverbekend! Als ik u vraag: “Waar zal de Here wederkomen?”, dan zult u zeggen: “In de lucht” of “Op de Olijfberg”. Het is beide goed. Hij zal óók wederkeren op de Olijfberg.

En Zijn voeten zullen te dien dage staan op den Olijfberg die vóór Jeruzalem ligt, tegen het oosten; en de Olijfberg zal in tweeën gespleten worden naar het oosten, en naar het westen, zodat er een zeer grote vallei zal zijn; en de ene helft des bergs zal wijken naar het noorden, en de helft deszelven naar het zuiden. Zacharía 14 : 4

Het eigenaardige is dat iedereen deze profetie blijkbaar kent, maar men realiseert zich echter niet wát er precies staat. Men zegt dat de Olijfberg dan zal scheuren. Sinds jaar en dag vertelt men er meteen enthousiast bij dat er nu al een scheur in de berg zit. Het breukvlak is er al. Of dit waar is weet ik niet, maar dat maakt ons ook niets uit, want scheuren zal hij! Waarom scheurt de Olijfberg? Waar is dat voor nodig? De reden staat in vers 5: Opdat de bewoners van Jeruzalem zullen kunnen vluchten; dwars door de Olijfberg heen! Er ontstaat een vluchtroute naar het oosten. Waar vlucht “het overige des volks” (vers 2) naar toe? Naar de woestijn!

Zo zegt de HEERE: Het volk der overgeblevenen van het zwaard heeft genade gevonden in de woestijn, namelijk Israël, als Ik henenging om hem tot rust te brengen. Jeremía 31 : 2

Als de Heer wederkomt geeft Hij de overgebleven gelovigen de gelegenheid om uit Jeruzalem te vluchten. De uitspraak uit de brief aan de Hebreeën: “Zo laat ons dan uitgaan buiten de legerplaats” is dan nog steeds waar. Men dient uit te gaan, buiten de stad Jeruzalem, want gelovigen verwachten een andere stad. De verzen uit Zacharía 14 leren dat Jeruzalem ingenomen en verwoest zal worden.

1 Ziet, de dag komt den HEERE dat uw roof zal uitgedeeld worden in het midden van u, o Jeruzalem!
2 Want Ik zal alle heidenen tegen Jeruzalem ten strijde verzamelen; en de stad zal ingenomen, en de huizen zullen geplunderd, en de vrouwen zullen geschonden worden; en de helft der stad zal uitgaan in de gevangenis; maar het overige des volks zal uit de stad niet uitgeroeid worden. Zacharía 14 : 1, 2 

De HEERE zal al de heidenen ten strijde verzamelen tegen Jeruzalem. Dan zal de stad ingenomen worden. Te dien dage zullen Zijn voeten op de Olijfberg staan. Is deze profetie al vervuld? Nee! Dit betekent dat het hedendaagse Jeruzalem verwoest zal worden. Dit zal gebeuren, ondanks wat wij ook maar zouden wensen. Het zal gebeuren omdat Gods Woord dat zegt. Weet u nog hoe het ging met de stad Sodom? Als u geïnteresseerd bent moet u een concordantie pakken en eens kijken waar Sodom in de Bijbel wordt genoemd. U zult zien dat Sodom vaak in één adem met Jeruzalem genoemd wordt; als beeld van een ongelovig Israël.

8 Want Jeruzalem heeft aangestoten, en Juda is gevallen, dewijl hun tong en handelingen tegen den HEERE zijn, om de ogen Zijner heerlijkheid te verbitteren.
9 Het gelaat huns aangezicht getuigt tegen hen, en hun zonden spreken zij vrij uit, gelijk Sodom; zij verbergen ze niet. Wee hunlieder ziel; want zij doen zichzelven kwaad. Jesaja 3 : 8, 9 

Wat waar is voor Sodom, zal waar zijn voor Jeruzalem. We lezen dat Abraham voor de rechtvaardigen in Sodom bad.

23 En Abraham trad toe, en zeide: Zult Gij ook den rechtvaardige met den goddeloze ombrengen?
24 Misschien zijn er vijftig rechtvaardigen in de stad; zult Gij hen ook ombrengen, en de plaats niet sparen, om de vijftig rechtvaardigen die binnen haar zijn?
25 Het zij verre van U, zulk een ding te doen, te doden den rechtvaardige met den goddeloze! dat de rechtvaardige zij gelijk de goddeloze, verre zij het van U! zou de Rechter der ganse aarde geen recht doen? Genesis 18 : 23-25 

Sodom werd toch verwoest; (Genesis 19) alleen werd wel eerst de rechtvaardige met geweld uit de stad verdreven.

Maar hij vertoefde; zo grepen dan die mannen zijn hand, en de hand zijner vrouw, en de hand zijner twee dochteren, om de verschoning des HEEREN over hem; en zij brachten hem uit, en stelden hem buiten de stad. Genesis 19 : 16

Lot wilde niet, maar hij moest. Er was geen andere mogelijkheid.

Zo niet de HEERE der heirscharen ons nog een weinig overblijfsel had gelaten, als Sodom zouden wij geworden zijn; wij zouden Gomorra gelijk zijn geworden. Jesaja 1 : 9

En gelijk Jesaja te voren gezegd heeft: Indien de Heere Sebaoth ons geen zaad had overgelaten, zo waren wij als Sodom geworden, en Gomorra gelijk gemaakt geweest. Romeinen 9 : 29

Wat in het verleden met Sodom is gebeurd, herhaalt zich in de toekomst. Dezelfde profetieën die eerder geldig waren voor de geschiedenis van Israël zijn vandaag aan de dag ook geldig. Deze profetieën zeggen dat een onrechtvaardige stad verwoest zal worden. De gelovigen (rechtvaardigen; vergelijk 2 Petrus 2 : 6, 7) zullen gered worden, doordat ze uit de stad zullen kunnen vluchten. De Schrift zegt tegen de gelovigen “uit te gaan buiten de legerplaats”! Dit is een waarschuwing. Er zijn echter mensen die het ons kwalijk nemen dat wij ervan overtuigd zijn dat het evangelie ook aan Joden moet worden gepredikt. Men zegt ons (met mooie verhalen): “Wij hebben Israël niets te zeggen omdat zij het zelf veel beter weet. We moeten haar door onze levenswandel tot jaloersheid verwekken”. Dat is misleidend! Natuurlijk lezen we in de Schrift dat de gelovigen van deze bedeling geroepen zijn om Israël tot jaloersheid te verwekken, maar dat gebeurt niet door onze levenswandel!

Maar ik zeg: Heeft Israël het niet verstaan? Mozes zegt eerst: Ik zal ulieden tot jaloersheid verwekken door degenen die geen volk zijn; door een onverstandig volk zal ik u tot toorn verwekken. Romeinen 10 : 19

Deze jaloersheid zou Israël tot geloof moeten brengen. Enkele verzen eerder staat echter dat het geloof uit het gehoor is. (vers 17) Dat wil zeggen: “Hoe zullen zij in Hem geloven, van Welke zij niet gehoord hebben?” Hoe verwekken we een Israëliet (Jood) tot jaloersheid? Door hem de God van Abraham, Izak en Jakob te prediken! Er is geen andere Naam gegeven om behouden te worden! (Handelingen 4 : 12) Gods weg met de mens is niet veranderd. Een Jood is een mens en bij God is geen aanneming des persoons. Er is één Naam door Welke wij moeten zalig worden. Dat is dezelfde Naam waardoor wij en ook zij gered kunnen worden van de toekomende toorn.

De grote verdrukking

En Zijn Zoon uit de hemelen te verwachten, Denwelken Hij uit de doden verwekt heeft, namelijk Jezus die ons verlost van den toekomenden toorn. 1 Thessalonicenzen 1 : 10

De Bijbel leert dat de Joodse staat in Palestina (Israël) toorn, namelijk de grote verdrukking, te wachten staat.

En te dier tijd zal Michaël opstaan, die grote vorst, die voor de kinderen uws volks staat, als het zulk een tijd der benauwdheid zijn zal, als er niet geweest is, sinds dat er een volk geweest is, tot op dienzelven tijd toe; en te dier tijd zal uw volk verlost worden, al wie gevonden wordt geschreven te zijn in het boek. Dit is de dag van de benauwdheid van Jakob. Daniël 12 : 1

O wee! want die dag is zo groot dat zijns gelijke niet geweest is; en het is een tijd van benauwdheid voor Jakob; nog zal hij daaruit verlost worden. Jeremía 30 : 7

Deze benauwdheid komt over de gehele wereld, (vergelijk Matthéüs 24 : 21, 22; Openbaring 3 : 10) maar met name over het volk dat door God bemind zal worden. Het is een volk dat God verkoren heeft voor Zijn Naam. Het is ook het volk waarvan God zegt: “Wat heeft Mijn beminde in Mijn huis te doen?

Wat heeft Mijn beminde in Mijn huis te doen, dewijl zij die schandelijke daad met velen doet, en het heilige vlees van u geweken is? Wanneer gij kwaad doet, dan springt gij op van vreugde. Jeremía 11 : 15

Het was de HEERE Die Israël vanwege haar ongeloof uit het land verdreven heeft. Het is de Heer Zelf Die Israël op grond van haar bekering naar het land zal terugverzamelen. De beloofde terugverzameling is alléén op grond van hun geloof! Bij Zijn komst opent de Heer eerst een vluchtweg, zodat degenen die in eigen kracht naar het land zijn gegaan, maar inmiddels de HEERE hebben aangeroepen, uit het land kunnen vluchten. (Zacharía 14 : 4, 5) Daarna zullen ze alsnog door de Heer terugverzameld worden naar het land. Deze terugverzameling gebeurt vanuit de woestijn, want de Heer heeft Israël in de woestijn een plaats gegeven waar Hij haar bewaren zal.

En de vrouw vluchtte in de woestijn, alwaar zij een plaats had, haar van God bereid, opdat zij haar aldaar zouden voeden duizend tweehonderd zestig dagen. Openbaring 12 : 6

God heeft haar een plaats bereid in de woestijn, net als in het verleden. Als men in die woestijn gelovig is, komt men ook inderdaad in het beloofde land.

23 Zo zij het land, hetwelk Ik aan hun vaderen gezworen heb, zien zullen. Ja, geen van die Mij getergd hebben, zullen dat zien!
24 Doch Mijn knecht Kaleb, omdat een andere geest met hem geweest is, en hij volhard heeft Mij na te volgen, zo zal Ik hem brengen tot het land, in hetwelk hij gekomen was, en zijn zaad zal het erfelijk bezitten. Numeri 14 : 23, 24 

Zo was het in het verleden en zo is dat in de toekomst ook. Dit leert de brief aan de Hebreeën ons ook. In Hebreeën 3 en 4 lezen we dat een bepaalde generatie van Israël destijds in de woestijn was.

Hebreeën 3 : 19 19 En wij zien, dat zij niet hebben kunnen ingaan vanwege hun ongeloof. Het volk Israël geloofde niet in het Woord dat God gesproken had. De volgende generatie – blijkbaar een gelovige generatie – ging het beloofde land wel binnen. Toen Israël eenmaal in het land was heeft de HEERE het volk er uiteindelijk weer uit weggestuurd omdat het volk tot ongeloof verviel. We kennen allemaal de geschiedenis van de Assyrische- en Babylonische ballingschap. Deze ballingschap was het gevolg van ongeloof! Denkt u dat God vandaag aan de dag veranderd is? Denkt u dat er vandaag een andere weg is voor Israël? Nee! Precies dezelfde waarheid geldt nog steeds. Als Israël tot geloof komt, zal de Heer haar terugverzamelen. Dat is Gods wil en dat heeft God in Zijn Woord geopenbaard. De volgorde is in Deuteronomium 30 keurig aangegeven.

Voorts zal het geschieden, wanneer al deze dingen over u zullen gekomen zijn, deze zegen of deze vloek, die ik u voorgesteld heb; zo zult gij het weder ter harte nemen, onder alle volken, waarheen u de HEERE, uw God, gedreven heeft; Deuteronomium 30 : 1

De verstrooiing van het volk Israël onder de volkeren wordt hier al voorspeld. Onder de volkeren zal Israël het weer ter harte nemen. Dat wil dus zeggen: Overal, behalve in het land.

En gij zult u bekeren tot den HEERE, uw God, en Zijner stem gehoorzaam zijn, naar alles, wat ik u heden gebiede, gij en uw kinderen, met uw ganse hart en met uw ganse ziel. Deuteronomium 30 : 2

Verstrooid onder al de volkeren, waarheen de HEERE hen verdreven heeft, zal het volk Israël tot geloof komen!

Israël verzameld

In Deuteronomium 30 wordt duidelijk geleerd, los van alles wat we in onze dagen meemaken, dat Israël in het buitenland tot geloof komt. Dáár komt Israël tot geloof in de Here Jezus als de Christus, de Messias van Israël. Dan zal de Here hen vanuit het buitenland alsnog in het land brengen.

En de HEERE, uw God, zal uw gevangenis wenden, en Zich uwer ontfermen; en Hij zal u weder vergaderen uit al de volken, waarheen u de HEERE, uw God, verstrooid had. Deuteronomium 30 : 3

Letterlijk staat er in de grondtekst: “… en Hij zal wederkeren en u vergaderen uit al de volken …”. De vertalers hebben met dit vers blijkbaar geen raad geweten en het jodendom zeker niet. Hier staat nadrukkelijk dat de Heer zal wederkeren. Dit betekent dat het gebeuren zal bij Zijn tweede komst en niet bij Zijn eerste komst! “Hij zal wederkeren en u vergaderen uit al de volken waarheen u de HEERE, uw God, verstrooid heeft”. Dit gebeurt uiteraard op grond van geloof. Nergens in de Bijbel vinden we dat een ongelovige door God verkozen en vervolgens gezegend wordt. Er wordt in de Bijbel nergens geleerd dat zaligheid bestemd is voor iemand die niet gelooft. Er is géén enkele uitzondering. Ook Israël is geen uitzondering. Integendeel! Israël is juist hét volk, waardoor God Zijn waarheden, Zijn handelswijzen, Zijn wegen, bekendmaakt en illustreert. Israël is hét grote voorbeeld.

Dezelfde dingen die hier besproken worden in verband met Israël, gelden ook voor de andere volken. Wat met Israël gebeurt, gebeurt ook met de andere volken. De andere volken zullen ook tot geloof komen en verzameld worden naar het land waar zij thuis horen. God heeft immers de volken een eigen land en een eigen taal gegeven. (Genesis 10) Als de Heer (weder)komt is Hij de Koning van alle volkeren. Hij zal de volkeren plaatsen in het land dat Hij voor hen bestemd heeft. Israël is het eerste volk dat tot geloof komt en het zal geplaatst worden in Kanaän. Dit is het land dat God bestemd heeft voor een volk dat naar Zijn stem hoort. Het land is van de HEERE en Hij geeft het aan wie Hij wil.

Het land ook zal niet voor altoos verkocht worden; want het land is het Mijne, dewijl gij vreemdelingen en bijwoners bij Mij zijt. Leviticus 25 : 23

Geloof blijft de Bijbelse voorwaarde voor het verkrijgen van Gods beloften.

Liefhebbende den HEERE, uw God, Zijner stem gehoorzaam zijnde, en Hem aanhangende; want Hij is uw leven en de lengte uwer dagen; opdat gij blijft in het land dat de HEERE uw vaderen, Abraham, Izak en Jakob, gezworen heeft hun te zullen geven. Deuteronomium 30 : 20

Deze woorden zijn niet twijfelachtig: Israël zal zich moeten bekeren om in het land te mogen. Sommigen zeggen: “Dat klopt. Ze moet zich bekeren tot de wet, tot de geboden”. In Deuteronomium 30 wordt over “Zijn stem gehoorzaam zijn” nog het één en ander gezegd.

Zijn Stem gehoorzamen

11 Want ditzelve gebod, hetwelk ik u heden gebiede, dat is van u niet verborgen, en dat is niet verre.
12 Het is niet in den hemel, om te zeggen: Wie zal voor ons ten hemel varen, dat hij het voor ons hale, en ons hetzelve horen late dat wij het doen?
13 Het is ook niet op gene zijde der zee, om te zeggen: Wie zal voor ons overvaren aan gene zijde der zee dat hij het voor ons hale, en ons hetzelve horen late, dat wij het doen?
14 Want dit woord is zeer nabij u, in uw mond, en in uw hart, om dat te doen. Deuteronomium 30 : 11-14 

Het is niet in de hemel, dus daar hoefde Israël het niet te halen. Het is ook niet aan de andere kant van de zee. “De zee” lijkt horizontaal, maar als we ditzelfde vers in Romeinen 10 lezen wijst de vinger niet horizontaal, maar naar beneden.

Of, wie zal in den afgrond nederdalen? Hetzelve is Christus uit de doden opbrengen. Romeinen 10 : 7

In de Bijbel wordt het dodenrijk aan de andere kant van de zee geplaatst, namelijk onder de zee. Het is dus niet in de hemel en het is evenmin in het dodenrijk. U hoeft niet naar de hemel op te klimmen om die zaligheid te halen. U hoeft ook niet in het dodenrijk af te dalen om die zaligheid te halen, oftewel om de wet te volbrengen. “Het is nabij u, in uw mond en in uw hart, om dat te doen”. Sinds wanneer doen wij iets met de mond of met het hart? De Bijbel zegt dat men moet leven volgens de geboden. We moeten de geboden van God doen! Waarmee moeten we dit dan doen? Dat staat erbij: niet met de handen of de voeten, maar met de mond en met het hart. Een gebod is immers een woord! Dit staat in het Oude Testament! Het Nieuwe Testament geeft daar in Romeinen 10 commentaar op.

6 Maar de rechtvaardigheid, die uit het geloof is, spreekt aldus: Zeg niet in uw hart: Wie zal in den hemel opklimmen? Hetzelve is Christus van boven afbrengen.
7 Of, wie zal in den afgrond nederdalen? Hetzelve is Christus uit de doden opbrengen.
8 Maar wat zegt zij? Nabij u is het Woord, in uw mond en in uw hart. Dit is het Woord des geloofs, hetwelk wij prediken.
9 Namelijk, indien gij met uw mond zult belijden den Heere Jezus, en met uw hart geloven, dat God Hem uit de doden opgewekt heeft, zo zult gij zalig worden. Romeinen 10 : 6-9 

Het gedeelte eindigt met: “Zo zult gij zalig worden”. Dit dient eerst op de Jood, maar ook op de Griek toegepast te worden. (Romeinen 1 : 16) Hoe moet men Gods geboden doen; ook volgens het Oude Testament? Deze met het hart geloven en ze met de mond belijden. De geboden met de handen doen is een onmogelijkheid volgens de apostel, want het vlees onderwerpt zich der wet Gods niet.

Daarom dat het bedenken des vleses vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich der wet Gods niet; want het kan ook niet. Romeinen 8 : 7

Met uw daden kunt u onmogelijk de wet houden, maar met uw hart en met uw mond wel. U kunt met uw hart en ook met uw mond instemmen met hetgeen God gesproken heeft. U kunt de Here Jezus belijden als uw Messias, de Zone Davids, de Zoon van God. Wie dát doet wordt zalig. Daarmee is de wet vervuld. De wet die zegt: “Dit zijn de geboden en wie deze doet, zal door dezelve leven”. (Romeinen 10 : 5)

Doch de wet is niet uit het geloof; maar de mens die deze dingen doet, zal door dezelve leven. Galaten 3 : 12

In Romeinen 10 : 8 zegt Paulus duidelijk wat dit betekent: “Het is nabij u, in uw hart en in uw mond”. Pas wanneer het volk Israël de Naam des HEEREN zal aanroepen, zal het zalig worden. Een orthodoxe Jood maakt principieel bezwaar tegen het aanroepen van de Naam des HEEREN. Daar is hij te vroom voor. Hij vindt het ongepast. De Bijbel zegt echter letterlijk in Joël 2 : 32:

En het zal geschieden, al wie den Naam des HEEREN (Jehovah/Jahweh) zal aanroepen, zal behouden worden; want op den berg Sions en te Jeruzalem zal ontkoming zijn, gelijk als de HEERE gezegd heeft; en dat, bij de overgeblevenen die de HEERE zal roepen. Joël 2 : 32

Een orthodoxe Jood weigert vandaag principieel om die Naam uit te spreken. Officieel weet hij zelfs niet eens hoe die Naam uitgesproken moet worden. In Romeinen 10 volgt daarna een citaat; niet uit Deuteronomium 30, maar uit Jesaja 28 : 16.

10 Want met het hart gelooft men ter rechtvaardigheid en met den mond belijdt men ter zaligheid.
11 Want de Schrift zegt: Een ieder die in Hem gelooft, die zal niet beschaamd worden.
12 Want er is geen onderscheid, noch van Jood noch van Griek; want eenzelfde is Heere van allen, rijk zijnde over allen die Hem aanroepen. Romeinen 10 : 10-12 

Hij is Heer van állen en niet slechts de Heer van Israël. Hij is rijk over állen; niet alleen over Israël.

Want een ieder die den Naam des Heeren zal aanroepen, zal zalig worden. Romeinen 10 : 13

Dit vers is aangehaald uit Joël 2. Bijna alle verzen worden uit het Oude Testament geciteerd! Speciaal het Oude Testament leert dat een Israëliet behouden wordt door het aanroepen – in geloof uiteraard – van de Naam des Heren.

Hoe zullen zij dan Hem aanroepen, in Welken zij niet geloofd hebben? En hoe zullen zij in Hem geloven, van Welken zij niet gehoord hebben? En hoe zullen zij horen, zonder die hun predikt? Romeinen 10 : 14

De Bijbelse waarheid is: Men wordt gered, gerechtvaardigd en wedergeboren door het Woord van God en door niets anders! De énige schuld die een christen heeft aan alle mensen, en speciaal aan het volk Israël, is hen het evangelie te brengen. Het Woord van God is immers inmiddels aan de heidenen toevertrouwd en wij dienen het zeker ook aan Israël te prediken. Dat is de wil van God! God zou namelijk door lieden van belachelijke lippen, namelijk door lieden van andere talen, tot Israël spreken.

11 Daarom zal Hij door belachelijke lippen, en door een andere tong tot dit volk spreken;
12 Tot dewelken Hij gezegd heeft: Dit is de rust, geeft den moeden rust, en dit is de verkwikking; doch zij hebben niet willen horen. Jesaja 28 : 11, 12 

Het is Gods wil geweest dat door lieden van een andere taal (door mensen die helemaal geen Hebreeuws spreken of verstaan) het evangelie aan Israël gebracht zou worden. Het zal in de oren van een Jood een vloek zijn en voor hem zeker niet eerbiedig klinken, omdat hij vindt dat de boodschap van God in het Hebreeuws gesproken moet worden. Het is echter wel de vervulling van een oudtestamentische en dus Hebreeuwse profetie. Die profetie zegt dat God door andere volkeren en door andere talen tot het volk Israël zou spreken. God spreekt nu namelijk via de Gemeente, het Lichaam van Christus. Hoe zullen zij (Israël) geloven, indien het hun niet gepredikt is? Hopelijk beseft u de grote verantwoordelijkheid die wij als gelovigen dragen. Niet dat wij door onze daden mensen – Joden – tot jaloersheid zouden verwekken. We weten, als we eerlijk zijn, dat dit onmogelijk is. In de allereerste plaats dienen we Gods Woord te prediken tot rechtvaardiging van een zondaar. Gods Woord is immers de kracht Gods tot zaligheid voor een ieder die gelooft.

Want ik schaam mij des Evangelies van Christus niet; want het is een kracht Gods tot zaligheid een ieder die gelooft, eerst den Jood, en ook den Griek. Romeinen 1 : 16

Deze kracht Gods is in de eerste plaats voor de Jood en – God zij dank – óók voor de Griek.

Amen

 Gerelateerde bijbelezingen: 
* Israëls toekomst. 
* Ongelovig Israël 
* Israëls bekering 
* Israëls herstel. 
* Héél het huis Israël




* Wedergeboorte: De hoop van Israël.
* Wat zal er van de staat Israël worden?
* Het herstel van Israël.
 
Bijbelstudies door: A. Klein Haneveld 

Dit is een bewerking van de Brochure "De bekering van Israël" Deze is op schrift verkrijgbaar bij https://www.vlichthus.nl/