In het spoor van Jozef van Arimathea
Video: Erwin Vos



In de ongewijde geschiedenis wordt ook het één en ander over Jozef van Arimathea gemeld. Zo zou hij lid zijn van het Sanhedrin; dat was de hoogste Joodse Raad en droeg hij de titel Nobilis decurio; dat betekende dat hij een belangrijk Romeins ambt uitoefende. Uit geschriften blijkt dat Jozef in de tinhandel zat en dat hij daarvoor regelmatig op zakenreis ging naar Cornwall in Brittannië.

Jozef was familie van Maria, de moeder van de Heere Jezus. Hij was een broer van Maria’s vader. Algemeen wordt aangenomen dat (Jozef), de man van Maria, gestorven was toen Jezus nog een kleine jongen was. Daardoor viel de voogdij over de jonge Jezus op het naaste mannelijke familielid Jozef van Arimathea. Het is dan ook niet zo vreemd om aan te nemen dat hij de jonge Jezus verschillende keren heeft meegenomen op zijn reizen naar het buitenland, wat ook verklaart waarom de Bijbel niets meldt over de periode tussen Jezus’ twaalfde en dertigste levensjaar.

Na de opstanding en de hemelvaart werden de volgelingen van de Heere Jezus als verderfelijk en verwerpelijk ras beschouwd. Dat had tot gevolg dat Jozef van Arimathea met elf anderen naar Zuidwest-Engeland vluchtte. Ze vestigden zich in Glastonbury, ook wel Avalon genoemd. Ze hebben daar het evangelie gebracht. Hun eerste bekeerlingen waren leden van het Silurische koningshuis uit Zuid Wales. Engeland werd daarmee de eerste christelijke natie.