Hebt gij Heilige Geest ontvangen?

Inleiding 

1 En het geschiedde, terwijl Apollos te Korinthe was, dat Paulus, de bovenste delen des lands doorreisd hebbende, te Éfeze kwam; en enige discipelen aldaar vindende,
2 Zeide hij tot hen: Hebt gij den Heiligen Geest ontvangen, als gij geloofd hebt? En zij zeiden tot hem: Wij hebben zelfs niet gehoord, of er een Heiligen Geest is.
3 En hij zeide tot hen: Waarin zijt gij dan gedoopt? En zij zeiden: In den doop van Johannes.
4 Maar Paulus zeide: Johannes heeft wel gedoopt den doop der bekering, zeggende tot het volk, dat zij geloven zouden in Dengene, Die na hem kwam, dat is, in Christus Jezus.
5 En die hem hoorden werden gedoopt in den Naam van den Heere Jezus.
6 En als Paulus hun de handen opgelegd had, kwam de Heilige Geest op hen; en zij spraken met vreemde talen, en profeteerden.
7 En alle deze waren omtrent twaalf mannen.
8 En hij ging in de synagoge, en sprak vrijmoediglijk, drie maanden lang met hen handelende, en hun aanradende de zaken van het Koninkrijk Gods.
9 Maar als sommigen verhard werden, en ongehoorzaam waren, kwaadsprekende van den weg des Heeren voor de menigte, week hij van hen, en scheidde de discipelen af, dagelijks handelende in de school van zekeren Tyrannus. Handelingen 19 : 1-9

Bovenstaand Bijbelgedeelte handelt over het tweede bezoek van Paulus aan Éfeze, waar later een gemeente werd gesticht. Het is een goede aanleiding om van hieruit een en ander te onderzoeken wat de Bijbel zegt over de Heilige Geest en de verschillende wijze waarop Gods Woord hierover spreekt.

En het geschiedde, terwijl Apollos te Korinthe was, dat Paulus, de bovenste delen des lands doorreisd hebbende, te Éfeze kwam; en enige discipelen aldaar vindende, Handelingen 19 : 1

Niet alle discipelen behoorden bij de zogenoemde “twaalven”.
Er staat in 1 Korinthe 15 : 5, 6:

5 En dat Hij is van Cefas gezien, daarna van de twaalven.
6 Daarna is Hij gezien van meer dan vijfhonderd broeders op eenmaal, van welken het merendeel nog over is, en sommigen ook zijn ontslapen. 1Korinthe 15 : 5, 6

Een discipel is een volgeling of leerling. “Volgeling” betekent in dit verband: het volgen zowel in de leer, als het meereizen op aarde. De twaalf discipelen volgden de Heer in Zijn onderwijzingen – ook letterlijk – en gingen daar waar Hij ging. Over het volgen van Jezus zegt Matthéüs 19 : 21:

Jezus zeide tot hem: Zo gij wilt volmaakt zijn, ga heen, verkoop wat gij hebt, en geef het den armen, en gij zult een schat hebben in de hemel; en kom herwaarts, volg Mij. Matthéüs 19 : 21

Het was de bedoeling dat deze persoon – in dit geval een rijk man – de Heer ook letterlijk zou volgen. Gelovigen uit de huidige (vijfde) bedeling kunnen de Heer niet letterlijk volgen. Ze kunnen alleen wat betreft de leer die ze navolgen discipelen van de Heer zijn.

1 En het geschiedde, terwijl Apollos te Korinthe was, dat Paulus, de bovenste delen des lands doorreisd hebbende, te Efeze kwam; en enige discipelen aldaar vindende,
2 Zeide hij tot hen: Hebt gij den Heiligen Geest ontvangen, als gij geloofd hebt? En zij zeiden tot hem: Wij hebben zelfs niet gehoord, of er een Heiligen Geest is. Handelingen 19 : 1, 2

Paulus vroeg aan de volgelingen van de Heer: “Hebben jullie Heilige Geest ontvangen, toen jullie tot geloof zijn gekomen?” Later zal hij in een brief aan hen daarop terugkomen, want in Éfeze 1 schrijft hij:

In Welken ook gij zijt, nadat gij het woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt; in Welken gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte; Éfeze 1 : 13

“Nadat gij geloofd hebt” betekent niet: “nadat gij zijt opgehouden te geloven”, maar “nadat gij begonnen zijt te geloven”. Nadat wij begonnen zijn in de Here Jezus Christus te geloven, zijn we verzegeld geworden met de Heilige Geest, Die beloofd was.

De discipelen in Éfeze waren dus gelovigen. Ze geloofden in de Schrift en in de Messias. Er waren alleen enkele onduidelijkheden. Paulus begon met hen te vragen of ze “Heilige Geest” ontvangen hadden. Zij antwoordden: “Wij hebben zelfs niet gehoord of er Heilige Geest is”. Het onbepaalde lidwoord “een” bestaat in het Hebreeuws niet en ook niet in het Grieks. De
discipelen in Éfeze hadden dus nog nooit van “Heilige Geest” gehoord. Al zouden ze Hem ontvangen hebben, dan wisten ze dat niet. Als de Heilige Geest in de Bijbel van toen voorkwam, hadden de discipelen in Éfeze van die Heilige Geest moeten weten. Zo hadden de twaalven destijds nog nooit over “opstanding uit de doden” gehoord, getuige het volgende Schriftgedeelte:

9 En als zij van de berg afkwamen, gebood hun Jezus, zeggende: Zegt niemand dit gezicht, totdat de Zoon des mensen zal opgestaan zijn uit de doden.
10 En Zijn discipelen vraagden Hem, zeggende: Wat zeggen dan de Schriftgeleerden, dat Elias eerst moet komen? Matthéüs 17 : 9, 10

“Opstanding uit de doden” is iets anders dan “opstanding uit de dood”. “Opstanding uit de dood” is opstaan uit een toestand, namelijk de dood, en is dus een begrip. “Opstanding uit de doden” is het opstaan “van tussen andere doden uit”. Het is een opstanding van tussen uit degenen die dood zijn. Er blijven anderen (doden) achter. Het Oude Testament spreekt wel over een opstanding der doden op de Jongste Dag; de uiterste dag, zoals we kunnen lezen in Daniël 12:

En velen van die, die in het stof der aarde slapen, zullen ontwaken, dezen ten eeuwigen leven, en genen tot versmaadheden, en tot eeuwige afgrijzing. Daniël 12 : 2

en in Johannes 11 staat:

Martha zeide tot Hem: Ik weet, dat hij opstaan zal in de opstanding ten laatsten dage. Johannes 11 : 24

Maar zij weet niets over een opstanding die daaraan voorafgaat. Pas nadat de Here Jezus was opgestaan begrepen Zijn discipelen dit. De gelovigen uit de vijfde bedeling verwachten een opstanding van “tussen de doden uit”. De discipelen uit Éfeze hadden nog nooit van “Heilige Geest” gehoord, omdat het in het Oude Testament nauwelijks voorkomt. De Geest van God (Ruach Elohiem) komt in het Oude Testament voor, onder andere in Genesis 1 : 2. De Geest van God werd niet als Heilige Geest gekend, hoewel “Heilige Geest” driemaal in het Oude Testament genoemd wordt.

13 Verwerp mij niet van Uw aangezicht, en neem Uw Heiligen Geest niet van mij.
14 Geef mij weder de vreugde Uws heils; en de vrijmoedige geest ondersteune mij. Psalm 51 : 13, 14

Gods Geest is heilig, omdat God heilig is. De Psalmist noemt de Geest van God heilig. Psalm 51 heeft met Israël en het herstel van Israël in de toekomst te maken. (Psalm 51 : 20, 21) De woorden van deze Psalm komen namelijk uit de mond van de Zone Davids. De Here Jezus Christus werd voor ons tot zonde gemaakt.

Want Dien, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem. 2 Korinthe 5 : 21

Nadat David tot Bathséba was ingegaan, sprak hij de woorden van Psalm 51. Het zijn woorden van berouw en schuldbelijdenis. Ze komen echter over de persoon van David, uit de mond van de Here Jezus. Hij droeg op dat moment onze zonden. Psalm 51 komt dus niet alleen uit het hart van iemand die wroeging van zijn zonden heeft, maar ook rechtstreeks uit het dodenrijk.

Het gebed van Jona – in Jona 2 – komt ook rechtstreeks uit het dodenrijk, maar ook uit de mond van de Here Jezus. In Psalm 51 was David niet dood. Hij sprak alsof hij dood was. Het ging om de Zone Davids. De Zone Davids wordt in Psalm 51 geacht dood te zijn.

Schep mij een rein hart, o God! en vernieuw in het binnenste van mij een
vasten geest. Psalm 51 : 12

Het scheppen van een rein hart gebeurt door dood en opstanding. Het verkrijgen van een rein hart is het verkrijgen van Gods wet in ons binnenste. Dat gebeurt onder het Nieuwe Verbond en komt tot stand door opstanding uit de doden. Een nieuwe schepping komt door wedergeboorte – dat is opstanding – tot stand.

“Vernieuwen” heeft met een nieuwe schepping te maken. “Een vaste geest” is een geest die “eeuwig” is en dus niet verdwijnt. God zou Zijn Geest niet van de Zone Davids wegnemen, zoals bij Saul gebeurd was. De Zone Davids zou eeuwig leven hebben. Zijn koninkrijk zou vast zijn tot in eeuwigheid. Het zou een onvergankelijk koninkrijk zijn.

15 Maar Mijn goedertierenheid zal van hem niet wijken, gelijk als Ik die weggenomen heb van Saul, dien Ik van voor uw aangezicht heb weggenomen.
16 Doch uw huis zal bestendig zijn, en uw koninkrijk tot in eeuwigheid, voor uw aangezicht; uw stoel zal vast zijn tot in eeuwigheid. 2 Samuël 7 : 15, 16

In Psalm 51 gaat het niet over een “vast koninkrijk”, maar over “een vasten geest” in zijn binnenste. Die “vaste geest” is de aanduiding voor het leven dat de Here Jezus Christus sinds Zijn opstanding heeft. Dat leven heet “Geest” en dat heeft Hij op grond van Zijn opstanding. Dat leven is vast, onwankelbaar. Hij is der zonde eenmaal gestorven zegt Romeinen 6.

9 Wetende, dat Christus, opgewekt zijnde uit de doden, niet meer sterft; de dood heerst niet meer over Hem.
10 Want dat Hij gestorven is, dat is Hij der zonde eenmaal gestorven; en dat Hij leeft, dat leeft Hij Gode. Romeinen 6 : 9, 10

In Psalm 51 : 12 gaat het dus over opstanding uit de doden in verband met de nieuwe schepping. “Verwerp mij niet van Uw aangezicht” wil zeggen: laat mij niet in de dood, maar wek mij daaruit op. “Neem Uw Heiligen Geest niet van mij” heeft dezelfde gedachte als: “verwerp mij niet van Uw aangezicht”. De Heer zou in de dood blijven, als de Geest blijvend van Hem zou zijn weggenomen. De “Heiligen Geest” uit vers 13 is Dezelfde als de “vasten geest” uit vers 12. Gods Geest is vast en heilig. Gods vaste Geest was en bleef in de Messias, de Zone Davids. Daarom en daardoor stond de Heer op uit de doden. De Heer had de “vreugde Uws heils” gehad en Hij hoopte die weer te krijgen. Dat kon alleen maar door opstanding uit de doden. Een “vrijmoedige geest” is alleen vanuit het Nieuwe Testament te verklaren. “Vrijmoedigheid” staat voor het ingaan in het heiligdom, leert Hebreeën 4.

Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot den troon der genade, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen, en genade vinden, om geholpen te worden ter bekwamer tijd. Hebreeën 4 : 16

Hier vinden we de praktische toepassing van de eerste helft van de brief aan de Hebreeën.
Die toepassing begint in Hebreeën 4 : 14.

Dewijl wij dan een groten Hogepriester hebben, Die door de hemelen doorgegaan is, namelijk Jezus, den Zoon van God, zo laat ons deze belijdenis vasthouden. Hebreeën 4 : 14

Op de troon der genade zit de Hogepriester naar de ordening van Melchizédek.
Het gaat hier om de troon aan Gods rechterhand, waarover we in Hebreeën 10 lezen:

19 Dewijl wij dan, broeders, vrijmoedigheid hebben, om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus,
20 Op een versen en levenden weg, welken Hij ons ingewijd heeft door het voorhangsel, dat is, door Zijn vlees; Hebreeën 10 : 19, 20

In Hebreeën 10 : 19 staat de praktische toepassing van de tweede helft van de brief.
Die toepassing begint, evenals die van de eerste helft van de brief, met: “Dewijl wij dan …”.

Hebreeën 10 : 20 spreekt over de dood en opstanding van de Heer. “Vrijmoedigheid” is de omschrijving voor de wijze waarop een gelovige uit de vijfde bedeling tot de troon van God nadert. Het is niet een naderen met aarzeling. Dat gebeurde onder het Oude Verbond, toen men aan allerlei voorwaarden moest voldoen. Men moest o.a. offeren en rein zijn. Een gelovige uit de bedeling van de genade nadert tot God op grond van het ene algemene offer van de Here Jezus Christus. Jezus Christus is niet alleen het Offer, maar óók de Hogepriester. Een gelovige uit de vijfde bedeling nadert met vrijmoedigheid tot de troon der genade, omdat de Hogepriester, Die het Offer is en Die hét offer gebracht heeft, op de genadetroon zit. Daarom zegt Paulus:

In Denwelken wij hebben de vrijmoedigheid, en den toegang met vertrouwen, door het geloof aan Hem. Éfeze 3 : 12

“Vrijmoedigheid” en “toegang” is een hendiadys, een stijlfiguur. Een “vrijmoedige geest” spreekt over leven uit de doden, dat verbonden is met het ingaan in de hemel. In Psalm 51 gaat het dus over de opstanding en hemelvaart van de Here Jezus Christus. In Psalm 51 komt de uitdrukking “Heiligen Geest” voor het eerst in de Bijbel voor. “Heilige Geest” staat tussen “vasten geest” en “vrijmoedige geest”. “Heilige Geest” was onder het Oude Verbond geen gebruikelijke term. “Heilige Geest” is de Geest van God, Die (in) Christus is; de Geest van de Messias. De Psalm eindigt met het heiligdom, de tempeldienst, Sion en Jeruzalem, en heeft dus te maken met het ingaan in het heiligdom. De bredere betekenis van de Psalm is van
toepassing op de toekomst. Namelijk over de wederkomst van Christus en het letterlijke Jeruzalem en de letterlijke tempel. In de geestelijke betekenis gaat het over een geestelijke tempel en een geestelijk Jeruzalem. Dat houdt verband met de Gemeente en het hemels burgerschap van de Gemeente in de vijfde bedeling. Dit alles op grond van de dood en opstanding van Christus. “Heilige Geest” is de Geest Die in verband met de opstanding van Christus genoemd wordt. Het is de Geest Die de Messias ná Zijn opstanding heeft. De Here Jezus werd door Zijn opstanding de Messias, de Christus. Vóór Zijn dood was de Here Jezus nog geen Messias. Hij zou het worden. De Here Jezus werd vóór Zijn dood wel met “Messias” aangeduid, maar Hij beantwoordde vóór Zijn dood nog niet aan de “profielschets” die het Oude Testament van de Messias geeft. In het Nieuwe Testament ligt de nadruk niet op het kruis, maar op de opstanding. Het nieuwe leven van Christus heet in Psalm 51 “Heilige Geest”.

10 Maar zij zijn wederspannig geworden, en zij hebben Zijn Heiligen Geest smarten aangedaan; daarom is Hij hun in een vijand verkeerd, Hij Zelf heeft tegen hen gestreden.
11 Nochtans dacht Hij aan de dagen van ouds, aan Mozes en Zijn volk; maar nu, waar is Hij, Die hen uit de zee opgebracht heeft, met de herders Zijner kudde? Waar is Hij, Die Zijn Heiligen Geest in het midden van hen stelde? Jesaja 63 : 10, 11

Hoewel één van de omschrijvingen van Gods Geest “Heilige Geest” genoemd wordt, zijn er meer voor de Geest van God. Die omschrijvingen vallen in het Oude Testament niet zo op.

En op Hem zal de Geest des HEEREN rusten, de Geest der wijsheid en des verstands, de Geest des raads en der sterkte, de Geest der kennis en der vreze des HEEREN. Jesaja 11 : 2

In bovengenoemd vers staan allemaal uitdrukkingen voor de Geest van God. In Jesaja 63 gaat het over de gebeurtenissen, die na de verschijning van Christus op de Olijfberg plaats zullen vinden. Het gaat dus over de opgewekte en wedergekomen Christus.

7 Ik zal de goedertierenheden des HEEREN vermelden, den veelvoudigen lof des HEEREN, naar alles, wat de HEERE ons heeft bewezen, en de grote goedigheid aan het huis van Israël, die Hij hun bewezen heeft, naar Zijn barmhartigheden, en naar de veelheid Zijner goedertierenheden.
8 Want Hij zeide: Zij zijn immers Mijn volk, kinderen, die niet liegen zullen? Alzo is Hij hun geworden tot een Heiland.
9 In al hun benauwdheid was Hij benauwd, en de Engel Zijns aangezichts heeft hen behouden; door Zijn liefde en door Zijn genade heeft Hij hen verlost; en Hij nam hen op, en Hij droeg hen al de dagen van ouds. Jesaja 63 : 7-9

De inhoud van Jesaja 63 sluit aan bij Psalm 51, en bij de brief aan de Hebreeën. In Hebreeën 4 : 16 staat dat gelovigen, uit deze bedeling, met vrijmoedigheid mogen toegaan tot de troon der genade, om daar barmhartigheid te verkrijgen. In Jesaja 63 : 10 gaat het over de Heilige Geest van Degene, Die van Edom komt, vers 1. Dat is dus de Heilige Geest van Christus. In Psalm 51 zegt de Messias tot God (de Vader): “Neem Uw Heiligen Geest niet van Mij”. In Jesaja 63 : 10 is de Heilige Geest de Geest van de Messias.
Die Geest is dus niet van de Heer weggenomen, maar bij Hem gebleven. Achteraf wordt vastgesteld welke Geest in het midden van Israël woonde. De Heilige Geest in Jesaja 63 : 11 is de aanduiding voor de wolkkolom die zich te midden van Israël bevond. Een wolkkolom is ontastbaar, maar toch nog net waarneembaar. Het ligt op de grens van de zienlijke en de onzienlijke (geestelijke) dingen. God ging zo ver in Zijn openbaring dat Hij als wolk te midden van Zijn volk woonde. Dit wordt hier “Zijn Heiligen Geest” genoemd.

Zoals gezegd komt de uitdrukking “Heilige Geest” driemaal voor in het Oude Testament en wordt daar steeds genoemd in verband met de Here Jezus Christus (de Messias). Die Heer heeft Israël in het verleden verlost en zal haar ook in de toekomst verlossen. De gelovigen in Éfeze wisten wel dat God “Geest” is. Ze wisten ook dat God een Geest heeft en Geest geeft. Ze wisten alleen niet wat “Heilige Geest” was. In het Nieuwe Testament wordt “Heilige Geest” voor de eerste keer in Matthéüs 1 genoemd.

18 De geboorte van Jezus Christus was nu aldus; want als Maria, Zijn moeder, met Jozef ondertrouwd was, eer zij samengekomen waren, werd zij zwanger bevonden uit den Heiligen Geest.
19 Jozef nu, haar man, alzo hij rechtvaardig was, en haar niet wilde openbaarlijk te schande maken, was van wil haar heimelijk te verlaten.
20 En alzo hij deze dingen in den zin had, ziet, de engel des Heeren verscheen hem in den droom, zeggende: Jozef, gij zone Davids! wees niet bevreesd Maria, uw vrouw, tot u te nemen; want hetgeen in haar ontvangen is, dat is uit den Heiligen Geest; Matthéüs 1 : 18-20

Tegen Jozef en Maria (Lukas 1 : 35) werd gezegd dat “Heilige Geest” de Veroorzaker van de zwangerschap van Maria was. “Heilige Geest” heeft dus de Messias verwekt. Jozef en Maria waren leden van het gelovig overblijfsel van Israël. Ze hebben waarschijnlijk moeite gedaan om uit te zoeken, wat “Heilige Geest” was. Ze hebben het alleen in Psalm 51 en Jesaja 63 kunnen vinden. Hetgeen daar staat komt overeen met dat wat vóór en bij de geboorte van de Here Jezus tegen Jozef en Maria werd gezegd.

De Heilige Geest is de Geest van God, voor zover Die in verband staat met de Messias. De Geest van God is Dezelfde Geest als de Heilige Geest. Er zijn dus verschillende uitdrukkingen voor één Geest. “Heilige Geest” is een speciale Geest. Hij is afgezonderd en heeft een speciale bestemming. Het is de Geest Die in verband staat met “opstanding uit de doden”. “Heilige Geest” wordt in verband met het Nieuwe Verbond genoemd. In de evangeliën speelt de Heilige Geest een rol in verband met de Here Jezus Christus. In de evangeliën is de rol van de Heilige Geest niet zo uitgebreid. In de nieuwtestamentische brieven speelt de Heilige Geest een belangrijke rol. In die brieven staat dat gelovigen uit de huidige bedeling het leven van Christus hebben ontvangen. Die gelovigen zijn met Christus opgewekt en gezet in de hemel.

En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus; Éfeze 2 : 6

Daarom hebben ze de vrijmoedigheid en de toegang. In dat verband komt dikwijls de uitdrukking “Heilige Geest” voor. “Heilige Geest” is het leven van de nieuwe schepping of het leven onder het Nieuwe Verbond. Het is het leven van Christus. Opstanding uit de dood is het resultaat van het werk van Christus. Het is dus het werk van “Heilige Geest”. In Johannes 14 : 1-14 staat dat de Vader en de Zoon één zijn. Uit de inhoud van Johannes 14 : 15 31 blijkt dat er ook nog andere benamingen voor de Heilige Geest zijn.

15 Indien gij Mij liefhebt, zo bewaart Mijn geboden.
16 En Ik zal den Vader bidden, en Hij zal u een anderen Trooster geven, opdat Hij bij u blijve in der eeuwigheid;
17 Namelijk den Geest der waarheid, Welken de wereld niet kan ontvangen; want zij ziet Hem niet, en kent Hem niet; maar gij kent Hem; want Hij blijft bij ulieden, en zal in u zijn.
18 Ik zal u geen wezen laten; Ik kom weder tot u. Johannes 14 : 15-18

Er was eerst een Trooster, Die niet bij hen zou blijven in der eeuwigheid. De eerste Trooster
was tijdelijk; de tweede blijvend. Die andere Trooster wordt “den Geest der waarheid”
genoemd. Die Geest leidt in de waarheid, waardoor wij in staat zijn de dingen die ons door
God geschonken zijn te leren kennen. (1 Korinthe 2 : 12-14) De wereld kan de Heilige Geest niet
zien. Gelovigen kunnen de Heilige Geest ook niet zien. Als de Heilige Geest te zien was, zou
Hij geen geest zijn. Gelovigen kennen de Heilige Geest wel.

Ik zal u geen wezen laten; Ik kom weder tot u. Johannes 14 : 18

De Here Jezus zei: “Ik kom weder tot u”. Dit slaat niet op Zijn wederkomst in de toekomst. Het heeft betrekking op de uitstorting, de komst van de Heilige Geest, de andere Trooster. De Trooster is de Messias, de Christus. In Lukas 2 : 25 staat dat Simeon “de vertroosting Israëls” verwachtte. Simeon verwachtte dus de Messias. De Here Jezus zei in Johannes 14 : 16 niet dat Hij “een” Trooster zou zenden, maar dat Hij een ándere Trooster zou zenden. De Here Jezus was de Trooster. Hij zou niet blijven, maar weggaan. Daar had het jodendom moeite mee.

De schare antwoordde Hem: Wij hebben uit de wet gehoord, dat de Christus blijft in der eeuwigheid; en hoe zegt Gij, dat de Zoon des mensen moet verhoogd worden? Wie is deze Zoon des mensen? Johannes 12 : 34

De Joden verwachtten een Messias, Trooster, Die altijd zou blijven. De Here Jezus zei: “Ik zal u een anderen Trooster geven”. Die Trooster zou altijd blijven. Die andere Trooster zou dus geen andere Persoon zijn. Het gaat erom dat de Heer in een andere gedaante zou terugkeren. De Heer zou niet zichtbaar, dat is niet tastbaar, maar als de Onzienlijke terugkeren. Jezus Christus wordt als Onzienlijke met “Geest” aangeduid. “Heilige Geest” is in de gelovige. De Heilige Geest is niet in de eerste plaats de Geest Gods, maar de Geest van Christus. Het bijgevoegde “Heilige” duidt op een speciale, engere betekenis van de Geest. In de Bijbel is er onderscheid tussen algemene en heilige dingen. De heilige dingen hebben met Christus te maken.
De Geest van God heeft een algemene betekenis. De Heilige Geest gaat over de Geest van Christus, de Opgewekte, de Eersteling van de nieuwe schepping, het Leven uit de dood, de Eeuwige, enzovoorts.

1 Uw hart worde niet ontroerd; gijlieden gelooft in God, gelooft ook in Mij.
2 In het huis Mijns Vaders zijn vele woningen; anderszins zo zou Ik het u gezegd hebben; Ik ga heen om u plaats te bereiden.
3 En zo wanneer Ik heen zal gegaan zijn, en u plaats zal bereid hebben, zo kome Ik weder en zal u tot Mij nemen, opdat gij ook zijn moogt, waar Ik ben.
4 En waar Ik heenga, weet gij, en den weg weet gij. Johannes 14 : 1-4

De discipelen dachten dat de Trooster weg zou gaan en men verwachtte dat niet, zo lazen we in Johannes 12 : 34. De Trooster zou ook echt weggaan, maar zou in een andere gedaante weerkomen; een “veranderde” Trooster.

26 Maar de Trooster, de Heilige Geest, Welken de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u alles leren, en zal u indachtig maken alles, wat Ik u gezegd heb.
27 Vrede laat Ik u, Mijn vrede geef Ik u; niet gelijkerwijs de wereld hem geeft, geef Ik hem u. Uw hart worde niet ontroerd en zij niet versaagd. Johannes 14 : 26, 27

De Geest zal alles indachtig maken, wat de Here Jezus ook indachtig gemaakt heeft. De Geest en de Heer doen dus hetzelfde. De discipelen hadden al vrede in Jezus Christus. Door de uitstorting van de Heilige Geest zou er nog wat bijkomen.

En ziet, Ik zende de belofte Mijns Vaders op u; maar blijft gij in de stad
Jeruzalem, totdat gij zult aangedaan zijn met kracht uit de hoogte. Lukas 24 : 49

“De belofte Mijns Vaders” is “kracht uit de hoogte”. Geest is onder andere kracht, zoals uit 1 Korinthe 2 blijkt:

 …., maar in betoning des geestes en der kracht; 1 Korinthe 2 : 4b

De Heer werd door de Geest opgewekt uit de doden. Er is dus opstandingskracht.

Opdat ik Hem kenne, en de kracht Zijner opstanding, en de gemeenschap
Zijns lijdens, Zijn dood gelijkvormig wordende; Filippenzen 3 : 10

“Kracht uit de hoogte” is een omschrijving van de Heilige Geest.

4 En als Hij met hen vergaderd was, beval Hij hun, dat zij van Jeruzalem niet scheiden zouden, maar verwachten de belofte des Vaders, die gij, zeide Hij, van Mij gehoord hebt.
5 Want Johannes doopte wel met water, maar gij zult met den Heiligen Geest gedoopt worden, niet lang na deze dagen. Handelingen 1 : 4, 5

“De belofte des Vaders” is hier “Heilige Geest”. “Heilige Geest” is dus de aanduiding voor dat wat beloofd is. Het is de Geest van Christus en woont – als de Onzienlijke – in de harten van de gelovigen. Wedergeboorte is het met Christus opgewekt zijn en vindt plaats door de Heilige Geest, op grond van geloof. “Heilige Geest” is de nieuwe mens of de nieuwe natuur. Het is het opstandingsleven van Christus.

19 Als het dan avond was, op denzelven eersten dag der week, en als de deuren gesloten waren, waar de discipelen vergaderd waren om de vreze der Joden, kwam Jezus en stond in het midden, en zeide tot hen: Vrede zij ulieden!
20 En dit gezegd hebbende, toonde Hij hun Zijn handen en Zijn zijde. De discipelen dan werden verblijd, als zij den Heere zagen.
21 Jezus dan zeide wederom tot hen: Vrede zij ulieden, gelijkerwijs Mij de Vader gezonden heeft, zende Ik ook ulieden.
22 En als Hij dit gezegd had, blies Hij op hen, en zeide tot hen: Ontvangt den Heiligen Geest. Johannes 20 : 19-22

De Heer verscheen na Zijn opstanding aan de discipelen. Het bovenstaande gebeurde niet met Pinksteren, maar op de dag van de opstanding van Christus, op dezelfde dag, de eerste dag der week. Hoewel de deuren gesloten waren, kwam de Heer binnen. De Heer gedroeg Zich al als Geest. Hij blies op de discipelen. Blazen is het voortbrengen van adem of wind. Het Griekse woord voor adem – of wind – is “pneuma” en heeft ook de betekenis van het woord “Geest”, zoals het staat in Johannes 3 : 8. De adem van de Heer komt overeen met het leven, de Geest van de Heer. “Alles wat adem, wat geest heeft, love den Heer” zegt Psalm 150 : 6. Iemand die leeft, dus adem heeft, kan dat leven, die adem, gebruiken om de Heer te loven. Mensen halen adem om te leven. Met die adem kunnen ze ook hun stem gebruiken om de Heer te loven. De zin, het doel van het leven van een mens is dat die mens de Heer looft. (vergelijk Job 1 : 21)

De Heer blies Zijn adem, Zijn Leven, Zijn Geest op de discipelen. De discipelen ontvingen onmiddellijk “Heilige Geest”. Het spreken van de Heer staat gelijk aan de uitvoering daarvan. Een voorbeeld staat in Johannes 4 : 50:

Jezus zeide tot hem: Ga heen, uw zoon leeft. En de mens geloofde het woord, dat Jezus tot hem zeide, en ging heen. Johannes 4 : 50

Het ontvangen van “Geest” staat in verband met de opstanding van Christus. De Heer gaf op de dag van Zijn opstanding “Heilige Geest” aan de gelovigen. De gelovigen uit Éfeze wisten niets van “Heilige Geest”, hoewel ze Die wel reeds ontvangen hadden.

En hij zeide tot hen: Waarin zijt gij dan gedoopt? En zij zeiden: In den doop van Johannes. Handelingen 19 : 3

Paulus vroeg: “Waarin zijt gij dan gedoopt?” De Éfeziërs begrepen die vraag niet en begonnen daarna over water te praten. Als Paulus een doop in water bedoeld had, had hij niet hoeven te vragen waarin ze gedoopt waren. Het antwoord van de gelovigen in Éfeze heeft betrekking op de vraag door wie ze gedoopt zijn. Paulus sprak niet over de doop in water. Hij vroeg of ze “Heilige Geest” ontvangen hadden. “Waarin zijt gij dan gedoopt” betekent: “wat hebben jullie dan wel ontvangen?” De klemtoon ligt dus niet op dopen. Het ontvangen van “Heilige Geest” is hetzelfde als gedoopt worden in, danwel met “Heilige Geest”. Er is wel verschil tussen “gedoopt worden met Heilige Geest” en “vervuld worden met Heilige Geest”. Het laatste is méér dan het eerste. Als iemand “Heilige Geest” ontvangt, komt er “Heilige Geest” in hem. Als iemand vervuld wordt met “Heilige Geest”, vult de Heilige Geest hem. Dat is een versterking ten opzichte van het ontvangen van “Heilige Geest”.

Maar Paulus zeide: Johannes heeft wel gedoopt den doop der bekering, zeggende tot het volk, dat zij geloven zouden in Dengene, Die na hem kwam, dat is, in Christus Jezus. Handelingen 19 : 4

Johannes de Doper heeft gedoopt. Hij wees op “Dengene Die na hem kwam”, namelijk op Christus, staat er in Matthéüs 3 : 11 en Johannes 1 : 27. Paulus gaat in zijn antwoord naar zijn onderwerp terug. Hij had het niet over de doop, maar over het nieuwe leven. Door wedergeboorte ontvangt iemand nieuw leven. Johannes had gezegd:

Ik heb ulieden wel gedoopt met water, maar Hij zal u dopen met den Heilige Geest. Markus 1 : 8

Het aanhalen van de doop van Johannes was een misverstand van de gelovigen in Éfeze. Mogelijk waren ze eerder discipelen van Johannes de Doper, en hebben vermoedelijk zijn prediking gehoord. Ze verwachtten de Messias, maar hadden niet gehoord, dat de Messias al gekomen wàs. Ze hadden daarom óók niet gehoord, dat de Messias uit de doden was opgestaan. Ze wisten ook niets van de uitstorting van “Heilige Geest”. Paulus vulde dat gemis aan. De gelovigen uit Éfeze moesten “Heilige Geest” niet alsnog ontvangen, maar leren dat zij “Heilige Geest” reeds ontvangen hadden.

En die hem hoorden werden gedoopt in den Naam van den Heere Jezus. Handelingen 19 : 5

Paulus zei dat degenen die Johannes geloofden door Johannes gedoopt werden in de Naam van de Here Jezus. Vers 5 spreekt dus over hetgeen Johannes deed, namelijk dopen in water en niet over hetgeen Paulus deed. In het volgende vers lezen we dat:

En als Paulus hun de handen opgelegd had, kwam de Heilige Geest op hen; en zij spraken met vreemde talen, en profeteerden. Handelingen 19 : 6

Paulus doopte niet, maar legde de handen op de gelovigen in Éfeze. Het gevolg was dat de Heilige Geest op die gelovigen kwam. Die gelovigen waren toen ze tot geloof kwamen al met “Heilige Geest” gedoopt. Het is in Handelingen 19 : 5 wel de bedoeling om aan de doop met “Heilige Geest” te denken. Er wordt verband gelegd tussen de doop in water en de doop in/met de Geest. Paulus haalde de doop van Johannes aan om op een doop in “Heilige Geest” te wijzen.

Zo antwoordde Johannes aan allen, zeggende: Ik doop u wel met water; maar Hij komt, Die sterker is dan ik, Wien ik niet waardig ben den riem van Zijn schoenen te ontbinden; Deze zal u dopen met den Heiligen Geest en met vuur; Lukas 3 : 16

“Vuur” is een beeld van de Heilige Geest. De doop van Johannes in water werd gezien als een beeld van de doop met “Heilige Geest”. Johannes de Doper predikte dat ook. De gelovigen in Éfeze werden dus niet opnieuw gedoopt. De doop, die de gelovigen uit de huidige bedeling toepassen, is dus dezelfde doop als de doop van Johannes de Doper. Het gaat erom, dat mensen tot geloof komen in de Here Jezus Christus. Daarna behoren die tot geloof gekomen mensen gedoopt te worden. Johannes en Paulus handelden dienovereenkomstig. De doop en het ritueel van de doop hadden bij Johannes en Paulus dezelfde betekenis. De doop is namelijk altijd een uitdrukking van dood en opstanding. Alleen door de dood en opstanding met Christus kan iemand behouden worden. Omdat de doop een uitdrukking van dood en opstanding is, is het ook een uitdrukking van afwassing van zonden. Zonden worden alleen door dood en opstanding afgewassen. Water reinigt, maar is ook een beeld van de dood. De dood reinigt, want wie gestorven is, is gerechtvaardigd van de zonde, zegt Romeinen 6 : 7:

Want die gestorven is, die is gerechtvaardigd van de zonde. Romeinen 6 : 7

De oudtestamentische doop is niet hetzelfde als de doop van Johannes. Johannes doopte in de laatste dagen van het Oude Verbond, maar zijn doop was de doop van het Nieuwe Verbond. Het was een vooruitgrijpen naar hetgeen komen zou. Johannes wees op Degene Die na hem zou komen. (Matthéüs 3 : 11) Onder het Oude Verbond werd de doop eveneens toegepast. Het dopen was een wassing. Het jodendom past ook nu nog de oudtestamentische doop (wassing), toe. Joden doopten en dopen zichzelf. Johannes predikte niet dat de Joden zich moesten bekeren en zich moesten dopen; nee, hij predikte dat ze zich moesten bekeren en láten dopen.

Zo zijn wij dan gezanten van Christus wege, alsof God door ons bade; wij
bidden van Christus wege: laat u met God verzoenen. 2 Korinthe 5 : 20

Verzoening komt door reiniging tot stand. Reiniging komt overeen met dood en opstanding. Het Oude Verbond – de wet – spreekt over een eigen gerechtigheid in Romeinen 10.

Want alzo zij de rechtvaardigheid Gods niet kennen, en hun eigen gerechtigheid zoeken op te richten, zo zijn zij der rechtvaardigheid Gods niet onderworpen. Romeinen 10 : 3

Die eigen gerechtigheid kan niet opgericht worden. Het Nieuwe Verbond spreekt over Gods gerechtigheid die in Christus geopenbaard wordt.

Want Dien, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem. 2 Korinthe 5 : 21

En vers 18 zegt dat God ons door Jezus Christus met Zichzelf verzoend heeft.

En al deze dingen zijn uit God, Die ons met Zichzelven verzoend heeft door
Jezus Christus, en ons de bediening der verzoening gegeven heeft. 2 Korinthe 5 : 18

Iemand die in de huidige – vijfde – bedeling tot geloof komt, wordt door een ánder in de Naam van Jezus Christus gedoopt. Degene die doopt doet dat in opdracht van Jezus Christus en is dan een type van Jezus Christus. De doop van Johannes werd niet alleen door Johannes uitgevoerd. De doop heet “de doop van Johannes”, omdat die doop het eerst door Johannes de Doper werd toegepast. Het kenmerk van de doop van Johannes is dat een ánder die doop uitvoert. In Handelingen 19 : 6 staat niet dat de gelovigen uit Éfeze met “Heilige Geest” gedoopt werden. Zij waren op grond van de opstanding van Christus al met “Heilige Geest” gedoopt, maar wisten het niet. De gebeurtenis die in Handelingen 19 : 6 beschreven staat, was een demonstratie van het feit dat ze de Geest al ontvangen hádden. “Heilige Geest” kwam op de gelovigen uit Éfeze. De Heilige Geest ging in die gelovigen aan het werk, demonstreerde Zich en zij werden zich die Geest bewust. Er werd dus een “vaste Geest”, zie nogmaals Psalm 51 : 12, in het binnenste van de gelovigen uit Éfeze vernieuwd. Gelovigen uit de vijfde bedeling hebben niets aan “Heilige Geest” als ze zich niet bewust zijn dat ze “Heilige Geest” ontvangen hébben. De discipelen ontvingen ook “Heilige Geest” en werden met “Heilige Geest” gedoopt. Dat was aan de buitenkant niet te zien. Met Pinksteren kwam er een manifestatie. Toen werden ze vervuld met “Heilige Geest”.

En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest, en begonnen te spreken met andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken. Handelingen 2 : 4

Ze werden vol met “Heilige Geest”, Die ze eerder al hadden ontvangen. De uitwerking van de Geest kan echter van tijd tot tijd verschillen. Pinksteren houdt direct verband met Pasen. Pinksteren en Pasen horen bij elkaar. Pinksteren, “het weken-feest”, werd zeven zevens, dat is zeven weken na het heffen van de eerstelingengarf, tijdens het feest van ongezuurde broden gevierd. (Deuteronomium 16 : 9, 10) Het heffen van de eerstelingengarf in de tempel was een beeld van de opstanding van Christus. Vanaf de opstanding van Christus duurde het “zeven zevens” tot de Heilige Geest werd uitgestort. “Handen opleggen” geeft aan dat er iets overgedragen wordt. Nadat Paulus de handen op de gelovigen uit Éfeze gelegd had, kwam het bewijs dat ze “Heilige Geest” ontvangen hadden. Met Pinksteren was de Heilige Geest ook op de discipelen gekomen, zij kregen tongen “als van vuur” op zich. Hetgeen in hen zat, kwam op hen, zodat het naar buiten toe zichtbaar werd. Ook in de huidige bedeling zijn er gelovigen, die de Heilige Geest ontvangen hebben en dat niet weten (of niet geloven). Daarom bidden ze er om, hoewel dat geen resultaat heeft. Gelovigen moeten leren dat ze “Heilige Geest” ontvangen hebben. Johannes 16 zegt dat de Geest ons in al de waarheid leiden zal:

Maar wanneer Die zal gekomen zijn, namelijk de Geest der waarheid, Hij zal u in al de waarheid leiden; Johannes 16 : 13a

In Handelingen 2 : 2-4 gebeurde hetzelfde als in Handelingen 19 : 6. De gelovigen hadden de Geest ontvangen en werden er mee vervuld. De oorsprong van de Gemeente ligt niet bij Pinksteren, maar bij de dag van de opstanding van Christus. Toen blies de Heer in een afgezonderd, afgesloten, vertrek op Zijn discipelen en zei: “Ontvangt den Heiligen Geest”. De Gemeente is ook afgezonderd van de wereld. Een gelovige van nu is in de hemel geplaatst, zijn leven is met Christus verborgen in God.

En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus; Éfeze 2 : 6

Want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God. Kolossenzen 3 : 3

En alle deze waren omtrent twaalf mannen. Handelingen 19 : 7

“Omtrent” wil zeggen, dat er ongeveer twaalf mannen waren. Het is alleen niet zo belangrijk. De nadruk moet niet te erg op twaalf gelegd worden. Lukas gebruikt in zijn evangelie en in het boek Handelingen altijd het woord “omtrent” als hij jaartallen of aantallen noemt. Met het getal twaalf wordt de verbinding gelegd naar de twaalf discipelen in Handelingen 2. De vervulling met “Heilige Geest”, zoals beschreven in Handelingen 2, gebeurde in Jeruzalem. In Handelingen 19 in Éfeze. In Jeruzalem gebeurde het onder de Joden, in Éfeze onder de heidenen. De gelovigen in Éfeze waren Joden, te midden van de heidenen.

En hij ging in de synagoge, en sprak vrijmoediglijk, drie maanden lang met hen handelende, en hun aanradende de zaken van het Koninkrijk Gods. Handelingen 19 : 8

Paulus leidde de gelovigen in Éfeze via de Geest in alle waarheid. De gelovigen hadden “Heilige Geest” ontvangen opdat ze de dingen zouden weten die hun van God geschonken zijn.

Doch wij hebben niet ontvangen den geest der wereld, maar den Geest, Die uit God is, opdat wij zouden weten de dingen, die ons van God geschonken zijn; 1 Korinthe 2 : 12

Maar als sommigen verhard werden, en ongehoorzaam waren, kwaadsprekende van den weg des Heeren voor de menigte, week hij van hen, en scheidde de discipelen af, dagelijks handelende in de school van zekeren Tyrannus. Handelingen 19 : 9

De school van Tyrannus was een leerhuis. Overdag werd er les gegeven of gediscussieerd. Waarschijnlijk zijn er ook redevoeringen gehouden. Tyrannus staat voor absolute heerschappij. Een tiran is iemand die de alleenheerschappij heeft. Een tiran is geen onderdrukker. Iemand die de absolute heerschappij heeft, wórdt meestal een onderdrukker. Ze spraken kwaad over hetgeen Paulus leerde. Paulus leerde over de weg die God bepaald had met degenen die behouden zijn. Paulus leerde over de weg van tweeduizend jaar tot aan de bekering van Israël en de wederkomst van Christus. Hij leerde dus over de verborgenheid van het Koninkrijk in de vijfde bedeling. In de school van Tyrannus werden de zaken van het koninkrijk van God besproken. De school van Tyrannus staat typologisch voor het Koninkrijk Gods, want in het Koninkrijk van God is Christus de Alleenheerser.

9 Want daartoe is Christus ook gestorven, en opgestaan, en weder levend geworden, opdat Hij beiden over doden en levenden heersen zou.
11 Want er is geschreven: Ik leef, zegt de Heere; voor Mij zal alle knie zich buigen, en alle tong zal God belijden. Romeinen 14 : 9, 11

10 Opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen alle knie dergenen, die in den hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn.
11 En alle tong zou belijden, dat Jezus Christus de Heere zij, tot heerlijkheid Gods des Vaders. Filippenzen 2 : 10, 11

Amen


 Oorspronkelijke bijbelezing A059 Hebt gij Heilige Geest ontvangen?
door: Ab Klein Haneveld

Dit is een bewerking van de Brochure "Hebt gij Heilige Geest ontvangen?" 
Deze is op schrift verkrijgbaar bij https://www.vlichthus.nl/