1. Coll 021 01 De Leer der Gemeente (Ecclesiologie) – deel 4 Ab Klein Haneveld 01:00:40
  2. Coll 021 02 De Leer der Gemeente (Ecclesiologie) – deel 4 Ab Klein Haneveld 00:53:30
  3. Coll 021 03 De Leer der Gemeente (Ecclesiologie) – deel 4 Ab Klein Haneveld 01:03:33
  4. Coll 021 04 De Leer der Gemeente (Ecclesiologie) – deel 4 Ab Klein Haneveld 01:14:49

Embed

Copy and paste this code to your site to embed.

De Gemeente is geen organisatie, die veel menselijke regelgeving zou vergen, maar een door het Hoofd gestuurd geestelijk organisme. Daarin doet de Heer Zijn werk in ieder lid individueel en heeft Zijn Woord het hoogste gezag. Kerkelijke voorschriften, zoals voor tucht en zondagsheiliging, zijn onbijbels. De Schrift adviseert gelovigen wel zich af te keren van wie niet (meer) de “gezonde leer” aanhangen, maar daar is niet gezegd dat de “ketters” in kwestie uit de gemeenschap moeten worden gestoten. Voor het functioneren van de Gemeente zijn weliswaar ambtsdragers nodig, maar niet om over de kudde te heersen. Herders en leraars (opzieners) brengen de kudde bij grazige weiden, waar de schapen zélf voedsel tot zich nemen. De oudsten, maar ook de andere gelovigen, ontvangen mogelijkheden (gaven) om in de gemeente te gebruiken. In de praktijk komt dat neer op het aanvaarden van in genade gegeven verantwoordelijkheid, naar de mate van reeds aanwezig vermogen. Iedere gelovige draagt individueel de verantwoordelijkheid te blijven bij wat de Heer leert.

“Het huis Gods is gelegd op het fundament van apostelen en profeten.”